Hobrederweg 10
De Hoornse Keet

kavel
BK76
verpondingsnummer
nvt
bouwjaar
1878
wijk
C253
OAT nummer
H210
eerste boerderij
nvt
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen
Foto Boerderijenbeeldbank
Op deze foto van de molen is aan de horizon de boerderij net zichtbaar, 1892.
(foto Stichting tot Behoud van de Nachtegaal)
De Binnenkavel 76 op de zuidwestelijke hoek van de Middenweg en Hobrederweg is vanaf de verloting van de kavels op 30 juli 1612 in het Slot te Purmerend altijd verdeeld geweest. De kavel werd in twee stukken van 10 morgen toegewezen aan de Amsterdamse koopman Arent ten Grotenhuijs en Floris Claesz Koen uit Assendelft. Twee jaar later verkocht Arent zijn helft aan Floris.
Floris Claesz Koen liet het overboeken op een ‘gezamenlijke rekening’ met zijn jongere broer Jan Claesz Koen en Jan Claesz Reael. De gebroeders Koen behoorden tot de grote boeren te Assendelft. Later verhuisden beiden naar de Beemster. Ook Reael kwam uit Assendelft. In 1629 werd de compagnieschap tussen de drie beëindigd. Jan Reael kreeg de meest westelijke vijf morgen en kocht in 1636 voor 5000 gulden van Jan Claesz Koen de naastgelegen vijf morgen. Deze westelijke helft van de kavel is nooit bebouwd geweest. Daarnaast lag een stuk van vijf morgen dat in bezit kwam van Floris Claesz Koen en vererfde op zijn nageslacht. Ook dit stuk was niet bebouwd.
Het meest oostelijke stuk van vijf morgen kreeg Jan Claesz Koen. Daar was vanouds wel bebouwing. Op de hoek aan het plein stond een huis genaamd De Hoornse Keet. Het was in gebruik als een herberg. Er zijn verschillende verklaringen in omloop over de herkomst van de naam. Een mogelijkheid is dat hier al tijdens de droogmaking een bouwkeet stond waarin polderjongens uit Hoorn en omgeving gehuisvest waren. Een andere verklaring verwijst naar de claim die de stad Hoorn legde op een deel van de Beemster. Hoorn zou daar de jurisdictie over hebben en eiste dit op door banpalen te slaan. Er zou op de kruising van de Middenweg en Hobrederweg zo’n paal hebben gestaan waar de herberg naar genoemd zou zijn. Maar op de ingekleurde kaart die de claim van de stad Hoorn vergezelde, staan diverse banpalen ingetekend, echter niet op deze kruising.
Al in 1616 staat in de transportregisters een transactie vermeld waarbij de waard Jan Smijen zijn huisje voor ƒ 122,50 verkocht aan de Purmerendse biersteker (bierhandelaar) Job Sijmonsz. Enkele maanden later kocht deze van de gebroeders Koen een erf van een ruim 32 roeden groot. In 1620 verkocht hij het geheel voor 440 gulden aan Jan Pietersz. Later waren de linnenwever Cornelis Govertsz Loen en zijn vrouw Sijtje Frans de uitbaters van de herberg. Toen zij de Hoornse Keet in 1651 aan Fop Jansz († 1679) verkochten werd als voorwaarde gesteld dat de nieuwe eigenaar altijd de “scheisloot” tussen het erf en het achterliggende land zou onderhouden, terwijl de eigenaar van het land voor het onderhoud van het hek op de dam verantwoordelijk was.
Omstreeks 1670 werd door Jacob Annesz Backer op de Binnenkavel 76 aan de Hobrederweg een korenmolen gebouwd. In de 18e eeuw kwam er op dezelfde kavel aan de Middenweg een bakkerij bij.
De minuutplan uit 1813, boven de Hobrederweg en rechts de Middenweg (Noord-Hollands Archief)
Aan het begin van de 19e eeuw was de situatie zoals te zien is op de minuutplan van het Kadaster. Op nummer 204 staat de korenmolen met daarnaast op 205 het huis waarin de molenaarsfamilie Van der Lee woonde. Aan de Middenweg de bakkerij van de familie Wortel op nummer 208 en op de hoek de herberg annex winkel De Hoornse Keet. Daar woonde toen Frans Jurgen Sagtleve (1758-1819). Hij kwam met zijn vrouw Frederica Melchers uit Osnabrück. Zij was er nog winkelierster bij de Volkstelling van 1830 met haar 18-jarige dochter Maria Sophia Sagtleve die naaister van beroep was. Ook woonden er een 27-jarige werkman uit Zaandam en de 57-jarige eigenaar Jan Schakel. Hij was geboren in het Westfaalse Pruisminden. In 1849 verkocht hij De Hoornse Keet aan Jacob Mars.

Jacob Mars (1814-1897) was geboren in de Beemster als zoon van Klaas Mars en Pietertje de Boer. Hij trouwde in 1845 met Geertje Laan uit Oosthuizen en kreeg met haar vijf kinderen. In 1878 liet hij het oude huis slopen en bouwde er een nieuwe boerderij. Er was ruimte voor 10 koeien en een hooiberg.
Maar toen na zijn dood het huis en toebehoren publiekelijk werden verkocht, bleken er vier kalveren, twee koeien, 39 overhouders, een zeug met biggen en een merrie te zijn. Aan de voorzijde was opnieuw een herberg en een kruidenierswinkel gevestigd. Op het erf stonden ook een schuur en een paardenstal. Het geheel werd gekocht door buurman Cornelis van der Lee, hij betaalde ƒ 2550 ervoor.
Cornelis van der Lee (1849-1932) was geboren in de korenmolen aan de Hobrederweg. Hij trouwde in 1873 met Catharina Maria Velzeboer (1851-1926) van de Jisperweg. Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren. Cees van der Lee was volgens zijn kleinzoon in een artikel over de molen “een zeer ondernemend man”. Niet alleen was hij korenmolenaar, hij was ook actief handelaar, met name in granen. Tevens was hij vetweider. Vanaf 1876 kocht hij diverse stukken land aan tot hij op twee morgen na de gehele Binnenkavel 76 in bezit had. Hij bouwde er een nieuwe boerderij en een graanpakhuis. Na de dood van zijn vrouw woonde hij de laatste jaren van zijn leven met zijn dochter Jansje en kleindochter Maria Imeldina de Jong in boerderij De Hoornse Keet. Daarvoor was kruidenier Simon Kwadijk (1853-1916) geruime tijd de bewoner. Na de dood van Cornelis van der Lee kregen zijn kinderen Wilhelmus, Nicolaas en Johanna (Jansje) van der Lee en schoonzoon Jan de Jong en later hun kinderen de boerderij gezamenlijk in bezit. In 1965 werd de woning verbouwd.
In 1976 verkochten de erven Van der Lee deze aan
Jacobus Roet (1919-1990). Hij was getrouwd met Anna Beerepoot (1920-1998). Hij kreeg in 1987 een bouwvergunning voor dakkapellen. Momenteel is er onder de naam Beemster’s Living weer een winkel in gevestigd.
Kavelkaart van Lucas Jansz Sinck met daarop in bruin de aanspraken van
de stad Hoorn, 1614 (Westfries Archief)