Hobrederweg 14
 

kavel
AK31
verpondingsnummer
150
bouwjaar
1878
wijk
D127
OAT nummer
H390
eerste boerderij
2e helft 17e eeuw
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen
Bij de verdeling van de grond van de net drooggevallen Beemster op het Slot te Purmerend op 31 juli 1612 werd de Arenbergerkavel 31 aan de Hobrederweg naast de Beetsersloot toegewezen aan Jacques Mercier en Pieter Courten, ieder voor de helft. Jacques Mercier (1585-1656) was geboren in Antwerpen en vestigde zich als koopman in Amsterdam. In 1611 trouwde hij met Susanna Sohier, eveneens afkomstig uit Antwerpen. Zijn zwagers David en Daniel Sohier verwierven ook landerijen in de Beemster. Al in 1613 verkocht Jacques Mercier zijn helft aan Pieter Courten.
Foto Boerderijenbeeldbank
De minuutplan uit 1813 (Noord-Hollands Archief)
Boerderij De Vriendschap aan de Hobrederweg met de familie Brommersma, c. 1914 (Collectie Historisch Genootschap Beemster)
Pieter Courten en Hortensia del Prado (Rijksmuseum)
Pieter Courten (1581-1630) was een zoon van Guillaume Courten, een Vlaamse lakenhandelaar die in 1567 door Alva gevangen was genomen maar met de hulp van zijn vrouw wist te ontsnappen en naar Londen vluchtte. Zijn zoons bouwden de lakenhandel uit tot een internationaal handelshuis, William in Londen en Pieter in Middelburg. Pieter Courten behoorde tot de oprichters van de kamer Zeeland van de Westindische compagnie en was een van de belangrijkste bewindhebbers. Zijn huwelijk met de weduwe Hortensia del Prado bleef kinderloos. Het paar woonde in “het Grote Huijs” aan de Lange Noorderstraat in Middelburg en was goed bevriend met buurman Jacob Cats. Deze maakte een lofdicht op de tuin van Hortensia met de strofen: “Daer heeftse menich fruyt uyt alle vreemde landen, Daer menich aerd-gewas van alle verre stranden”. Pieter Courten is waarschijnlijk nooit in de Beemster geweest. Hij liet een kaartboekje maken van zijn Beemster bezittingen zodat hij toch een indruk had. Op een kaartje van de AK31 is het gebruik van de kavel ingetekend. Langs de zijkanten twee zaai-akkers, de voorste helft van de kavel was weiland en de achterste helft werd gebruikt als zaailand.
In 1627 verkocht Pieter Courten de boerderij met 45 morgen land, de AK41 met de tegenoverliggende AK31 en de Arenberger restantkavel 11 aan de Oosthuizerweg, voor ƒ 30.375 aan Grietjen Jans, weduwe van de Amsterdamse koopman Jacob Fredricx. Op de betrouwbare kaart van Balthasar Florisz van Berckenrode uit 1644 is op de kavel geen bebouwing te zien.
Door het ontbreken van enkele transportregisters is helaas niet na te gaan hoe de AK31 in de tweede helft van de 17e eeuw van eigenaar wisselde. Waarschijnlijk was de kavel rond 1700 in bezit van de Monnickendamse broers Remmet, Gijsbert en Pieter Boekweijt. Omstreeks die tijd stond er ook een boerderij. In het verpondingsregister van 1732 staan de broers vermeld als eigenaar van een "boerehuijs met landerijen". Remmet Boekweijt († 1731) was apotheker en bekleedde tweemaal het ambt van schepen van Monnikendam. Ook was hij weesmeester. Zijn grootvader was Pieter Wrocht die eigenaar van de tegenovergelegen boerderij op de AK41 was.
In 1740 verkochten de erfgenamen van de broers de boerderij met land aan Roelof de Leeuw voor ƒ 10.000.
Roelof de Leeuw (1692-1763) kwam uit Oostzaan en was brouwer. Door zijn huwelijk met Elisabeth Admiraal, laatste nazaat van Cornelis Dircksz Admiraal de aanvoerder van de Geuzenvloot die in 1573 in de Slag op de Zuiderzee de Spanjaarden versloeg, trad Roelof toe tot het patriciaat van Monnickendam. In 1743 werd hij lid van de vroedschap en daarna werd hij zes maal tot burgemeester gekozen. In het polderbestuur van de Beemster bekleedde hij echter geen functies. Roelof de Leeuw kocht in 1735 een buitenplaats aan de Rijperweg die daarna Leeuwenplaats werd genoemd (www.beemsterbuitenplaatsen.nl).
Zijn weduwe
Elisabeth Admiraal (1702-1793) veranderde in de jaren 1780 diverse malen haar testament. In 1783 onterfde zij "om redenen haar daartoe tot haar innerlijke smerte permoveerende" haar jongste zoon Dirk, maar toen zij na de dood van haar oudste zoon onenigheid kreeg met haar schoondochter wees zij uiteindelijk Dirk aan als enige erfgenaam.
Mr. Dirk de Leeuw (1739-1812) werd in 1763 lid van de vroedschap van Monnickendam. Hij werd acht maal tot burgemeester gekozen en bekleedde diverse bovenlokale ambten. Ter gelegenheid van zijn huwelijk met Elisabeth Bruijn (1731-1772) kreeg hij van zijn ouders een huwelijksgift van ƒ 30.000. Zijn echtgenote stierf bij de geboorte van hun zesde kind. Vijf kinderen overleden jong en zoon Roelof Petrus stierf ongehuwd op 22 jarige leeftijd in 1787. De boerderij in de Beemster vererfde op Dirk's nicht.
Elisabeth Margaretha van Sanen (1751-1837) was een dochter van Mr. Arend van Sanen, eveneens vroedschap van Monnickendam, en Clasina de Leeuw. Zij trouwde in 1770 met Jacob Teengs (1748-1813), houtkoopman te Edam. Hij was lid van de vroedschap van Edam sinds 1771 en vijf maal burgemeester. Ze kregen vier kinderen. Bij de invoering van het kadaster in 1832 staat "de weduwe Teengs" vermeld als eigenaresse van de boerderij die werd getaxeerd in klasse 6 met een geschatte huurwaarde van ƒ 45.
Omstreeks 1764 was Claas Sijmonsz Olij als pachtboer aan de Hobrederweg gekomen. Hij zou er ruim 40 jaar blijven. Uit zijn eerste huwelijk met Welmoet Jacobs Groot († 1768) had hij twee kinderen. Hij hertrouwde met Aaltje Frederiks Scholten († 1797) en kreeg met haar zes zoons. Twee van zijn zoons waren later pachter op boerderij Het Rijper Wapen aan de Purmerenderweg. Bij de Volkstelling van 1830 woonden drie gezinnen in de boerderij aan de Hobrederweg. Arie Borsjes staat ingeschreven als werkman en woonde er met zijn vrouw Maartje Visscher en twee zoons, Jan van 23 jaar en Klaas van 11. Ook woonde de uit de Wijdewormer afkomstige werkman Jacob Zijp er met zijn vrouw en twee jonge kinderen. Tenslotte staat Jacob Steen, geboren in Binnenwijzend en eveneens werkman, er met zijn vrouw vermeld als bewoner.
Na de dood van Elisabeth Margaretha van Sanen erfden haar twee nog in leven zijnde kinderen de boerderij in de Beemster.
Clazina Catharina Teengs (1779-1843) was getrouwd met Mr. Abraham Boot (1778-1830), burgemeester te Edam. Toen zij was overleden, werd haar broer de enige eigenaar.
Arend Nicolaas van Sanen Teengs (1782-1858) zette de houthandel van zijn familie voort. Hij was lid van de gemeenteraad van Edam. Hij trouwde in 1809 met de Alkmaarse regentendochter Agatha de Wit (1784-1846). Ze kregen vijf kinderen. Deze verkochten na de dood van hun vader de boerderij in de Beemster aan Dirk Donker, naar verluid voor ƒ 33.570.
Dirk Teunisz Donker (1829-1890) was waarschijnlijk de pachtboer, want al in de Landbouwtelling van 1854 staat hij samen met zijn vader vermeld. Hij bezat toen 1 merrie, 23 koeien, 4 kalveren, 50 schapen en 2 varkens. In 1878 liet Dirk Donker zijn boerderij herbouwen. Op de herziene plan uit 1880 is duidelijk zichtbaar dat de plattegrond van de boerderij is gewijzigd. Dirk was in 1853 getrouwd met Antje Pieters Eijssen (1830-1907), een nicht van de overbuurman. Het huwelijk bleef kinderloos. Het echtpaar nam later nichtje Trijntje Eijssen als pleegkind in huis. Aan haar liet de weduwe Donker bij legaat de boerderij na.
De herziene plan uit 1880 (Noord-Hollands Archief)
Trijntje Eijssen (1869-1949) was een dochter van Pieter Pietersz Eijssen en Trijntje Jacobus Bouman. Ze trouwde in 1891 met Jan Brommersma (1867-1947) van de Volgerweg. Zij kregen vijf kinderen. Volgens de Landbouwtelling van 1910 bezat hij 2 paarden, 14 melkkoeien, 18 mestkoeien, 7 kalveren, 131 schapen en 26 lammeren, 3 geiten, 6 varkens, en 3 bijenkorven. In november 1922 liet Jan Brommersma zijn vee, boerenwagens en karren, gereedschappen, hooi en huisraad waaronder een “beste groote ronde Tafel” verkopen en vertrok naar de Purmerenderweg.
Tekening van de AK31 aan de Hobrederweg (links) met boven de Beetsersloot (Utrechts Archief)
De bedrijfsvoering werd overgenomen door Jan Cornelis Visser. Hij trouwde met Belitje Reijne, haar vader was de pachtboer van de tegenoverliggende boerderij. Het paar kreeg vier zoons en twee dochters. Het gezin verhuisde later naar elders aan de Hobrederweg. Op de foto uit circa 1927 poseert de familie Visser met hun drie oudste kinderen.
Boerderij De Vriendschap met de familie Visser, c. 1927 (Collectie Historisch Genootschap Beemster)
Bij de Landbouwtelling van 1930 was Dirk Koelemaij de pachtboer. Zijn veestapel bestond uit 1 paard, 1 stier, 18 melkkoeien en 13 kalveren, 14 schapen met 20 lammeren, 3 fokzeugen met 15 biggen, 50 kippen en 40 kuikens. Dirk woonde er met zijn vrouw Aaltje Beunder en hun drie kinderen.
Na de dood van de weduwe Trijntje Eijssen erfden de kinderen de boerderij met land. Bij nadere scheiding van de nalatenschap van hun ouders kwam deze vervolgens in bezit van de oudste dochter en haar man.
Antje Brommersma (1891-1981) was in 1912 getrouwd met Wijndel Jongens (1890-1977), geboren aan de Oosterweg in de Purmer. Na hun huwelijk woonden ze eerst aan de Monnickendammer Jaagweg te Edam. Daar werd hun dochter geboren. In 1914 verhuisden ze naar de Purmerenderweg in de Beemster waar ze nog een zoon kregen. Later ging het gezin naar de Westdijk. In 1952 verkochten ze de boerderij aan de Hobrederweg aan Johannes Paulus van Twisk (1925-1980), landbouwer aan de Volgerweg. Hij verkreeg in 1954 een bouwvergunning voor de verbouw van de woning in de boerderij. In 1970 behield hij het land maar verkocht de boerderij met schuur apart.
De nieuwe eigenaar was
Izak Cornelis Gelderblom (1923-1971), een uit Gouda afkomstige houthandelaar. Na zijn overlijden verkochten zijn weduwe en kinderen de boerderij aan Johannes Alexander Tjaden, werkzaam bij het Koninklijk Paleis in Amsterdam. Hij liet in 1973 de stolpboerderij verbouwen. Uit de bouwvergunningen blijkt het huis ook in 1993 en 2010 te zijn verbouwd. De huidige eigenaren hebben de boerderij sinds 2014 in bezit.