Hobrederweg 26
De Vette Os, voorheen Alidahoeve

Boerderijenbeeldbank
Collectie Historisch Genootschap Beemster
Bij de verloting van de grond van de Beemster op 30 juli 1612 op het Slot te Purmerend verkreeg Jean Pellicorne de Arenbergerkavel 36 op de hoek van de Hobreder- en de Neckerweg. Pellicorne was een oorspronkeijk uit Antwerpen afkomstige koopman die zich in Leiden had gevestigd als groothandelaar en ‘saaireder’. Hij was na de overstromingsramp van januari 1610 toen de bijna droge Beemster weer onderliep, toegetreden tot de hoofdingelanden. Hij verkreeg in 1612 in totaal 45 morgen land.
Na zijn dood verdeelden zijn vier kinderen,
Joan Pellicorne, Margrieta Pellicorne, vrouwe van Lauwenrecht, echtgenote van Johan de Mamuchet, heer van Houdringe, Anna Pellicorne, weduwe van mr.Arnout van Westreenen, domheer van Utrecht, en Catharina Pellicorne, weduwe van Pieter Longespee, de nalatenschap waarbij Joan en Margrieta gezamenlijk de twee Beemster kavels (AK18 en AK36) verkregen. Zij lieten deze in 1657 overboeken op hun beider naam. Op de AK36 was toen nog geen bebouwing, zoals ook op de betrouwbare kaart van Balthasar Florisz van Berckenrode is te zien. De portretten van de zeer rijke Amsterdamse koopman Joan Pellicorne, met zijn zoon Gaspar, en zijn vrouw Susanna van Collen, met dochter Anna, zijn door Rembrandt geschilderd.
kavel
AK36
verpondingsnummer
142
bouwjaar
onb., voor 1832
wijk
D138
OAT nummer
C6
eerste boerderij
2e helft 17e eeuw
 
 
 
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen
Jean en Gaspar Pellicorne, Walters Museum Londen
Susanna van Collen en Anna Pellicorne, Walters Museum Londen
In 1665 lieten de zoons van Joan, Gaspar en Pieter Pellicorne, de door hun tante Margrieta nagelaten landerijen taxeren, waarbij haar helft in de onbebouwde 20 morgen land AK36 werd geschat op ƒ 9000. Twee jaar later verdeelden de broers de inmiddels ook van hun vader geërfde kavels: Gaspar kreeg AK18 met de buitenplaats en Pieter AK36.
Pieter Pellicorne (1634-1711) trad eveneens toe tot het polderbestuur van de Beemster, in 1690 werd hij hoofdingeland. Hij trouwde met Rebecca Valckenier, dit huwelijk bleef kinderloos. Na Pieters dood vererfde de kavel op een achterneef. Zuster Anna, hier boven op het schilderij met haar moeder, was in 1646 getrouwd met Johan van Westreenen en kreeg onder andere een zoon, Arnoud van Westreenen (1649-1716) heer van Weert, Thermaat en Lauwenrecht. Uit diens huwelijk met Elisabeth van Alderwerelt werd Joan Jacob van Westreenen geboren. Hij erfde de kavel waar inmiddels een boerderij opstond aan de Hobrederweg.
Joan Jacob van Westreenen (1685-1769) erfde de heerlijkheden van zijn vader en mocht zich na zijn huwelijk met Johanna Catharina de Mamuchet van Houdringe ook heer van Sterkenburg noemen. Hij was raad en advocaat van het Hof van Utrecht en kanunnik van het Kapittel van Oud-Munster. In 1742 kocht hij kasteel Riebeek en liet dat geheel renoveren. In 1774 verdeelden zijn nakomelingen de nalatenschap, waarbij de jongste dochter Isabella de boerderij aan de Hobrederweg kreeg.
Isabella van Westreenen (1728-1809) was getrouwd met Willem Nicolaas Pesters (1717-1794), die als luitenant-stadhouder van prins Willem V een machtige politieke functie in Utrecht bekleedde. Zij besloten de geërfde landerijen in de Beemster direct van de hand te doen. De boerderij aan de Hobrederweg werd in augustus 1774 voor ƒ 10.520 verkocht aan Reijer Laan uit Middelie. Zijn zoon ging er boeren en erfde in 1784 na de dood van zijn vader de boerderij.
Remmet Reijersz Laan (†1787) kwam uit een doopsgezinde familie. Uit zijn huwelijk met Trijntje Bark (†1794) werden acht kinderen geboren van wie er twee jong stierven. Pas in november 1806 lieten de zes kinderen, de jongste twee waren nog minderjarig, de boerderij op hun naam overboeken. Een maand later, op 31 december 1806, verkochten zij in een openbare veiling de boerderij met land aan Pieter Pauw voor ƒ 10.620.
Pieter Teunisz Pauw (1768-1843) nam direct een hypotheek van ƒ 2000 tegen 6% op de boerderij. Een jaar later sloot hij nogmaals een hypotheek af, ditmaal van ƒ 3000. Hij trouwde in 1794 met Trijntje Warners Huisman. Zij stierf een jaar later bij de geboorte van dochter Jannetje. Weer een jaar later hertrouwde Pieter met Lijsbeth Jans de Groot. In 1822 verkocht Pieter Pauw de boerderij aan de Hobrederweg aan Pieter Bruijnen uit Haarlem. Hij deed het drie jaar later weer van de hand voor 12.000 gulden. Koper was Jacob Leguit.
Jacob Leguit (1776-1837) was geboren in Assendelft. Hij trouwde met Antje Haantjes uit Jisp en ging daar wonen. Ze kregen drie kinderen. In 1820 hertrouwde hij met Swaantje Groen (1779-1833) uit Broekerhaven. Bij de Volkstelling van 1830 woonde Jacob met zijn vrouw, zijn twee jongste kinderen, drie nichtjes en een werkman aan de Hobrederweg. In 1832 was hij nog steeds eigenaar van de boerderij die werd geschat in klasse 7 met een huurwaarde van ƒ 33. Na de dood van Jacob erfde zijn jongste zoon de boerderij.
Gerrit Leguit (1810-1872) was geboren in Jisp. Hij trouwde in mei 1838 met Jannetje Willig. Ze kregen twaalf kinderen, vier stierven jong. Gerrit bezat volgens de Landbouwtelling van 1854 2 paarden, 33 koeien en 7 kalveren en 122 schapen. Van zijn land was 15 morgen hooiland. Later bezat hij ook fokstieren. Zijn weduwe adverteerde in de krant voor stier Karel.
Jannetje Willig (1810-1889) erfde bij de boedelscheiding na de dood van haar man de boerderij. In 1879 liet zij een schuur bijbouwen. Twee jaar later trok haar zoon Pieter met zijn vrouw en dochtertje bij haar in om te helpen met de bedrijfsvoering. Kennelijk was hij niet in staat om na de dood van zijn moeder zijn broers en zusters uit te kopen, want in januari 1890 werden zowel de boerderij als het vee en inboedel bij opbod verkocht. Pieter de Wit kocht de boerderij voor aanvragen 41.000 gulden.
Pieter de Wit (1841-1896) woonde aan de Rijperweg waar hij een boerderij bezat. In 1869 was hij getrouwd met Jannetje Kraakman (1845-1914) uit Krommenie. De oudste van hun twaalf kinderen, dochter Maria Johanna de Wit, ging na haar huwelijk boeren aan de Hobrederweg. De eigendom van de boerderij ging na het overlijden van Pieter evenwel over op zijn weduwe tot haar dood in februari 1914.
Maria Johanna de Wit (1870-1950) trouwde in 1892 met Johannes Boots (1866-1912) die was geboren aan de Jisperweg. Ze kregen negen kinderen. Bij de Landbouwtelling van 1910 bleek dat Johannes de beschikking had over 60 ha land, waarvan 17 ha gepacht van zijn ouders. Hij bezat 3 paarden, 37 melkkoeien, 77 stuks mestvee, 7 kalveren, 310 schapen en 71 lammeren, 1 geit, 9 varkens en 5 biggen en 8 kippen. Johannes stierf op 46-jarige leeftijd. Zijn weduwe zette met haar zoons het bedrijf voort. Voor de bouw van een schuur voor kippenhokken kreeg ze in maart 1925 een bouwvergunning. In 1929 vertrok ze met haar jongste dochter naar Tilburg. Toen kwam de tweede zoon, Nicolaas Boots, op de boerderij die evenwel eigendom bleef van zijn moeder. Nicolaas was getrouwd met Anna Buurman uit Westwoud en had enige jaren in Oterleek gewoond. Daar werden hun oudste drie zoons geboren, later kwamen er in de Beemster nog twee jongens bij. Eind 1931 besloot Maria Johanna de Wit de boerderij te verkopen. Nicolaas vertrok met zijn gezin naar Amsterdam.
De nieuwe eigenaar was Willem Jan Nobel, koopman te Utrecht, voor driekwart en zijn moeder Hillegonda Margaretha Bakker, weduwe van Nicolaas Nobel, voor een kwart. De koopprijs bedroeg ƒ 38.360. In 1950 vond een verbouwing aan de woning plaats. Bij schenking kregen de kinderen van Willem Jan, Jacoba Hillegonda en Nicolaas Nobel, in 1974 de boerderij in bezit. Tien jaar later was alleen Nicolaas, belastingadviseur te Hilversum, de eigenaar.

Op 25 oktober 1977 werd de boerderij ingeschreven in het rijksmonumentenregister. Bijzonder is dat het een langhuisstolpboerderij betreft die grotendeels van hout is. Dat zou kunnen betekenen dat de boerderij uit de tweede helft van de 17e eeuw stamt, maar uit de bronnen is dat niet af te leiden. De boerderij heette in de 19e eeuw Hoop van Boven. Later was de naam de Alidahoeve. Waarschijnlijk is deze naam gegeven door Dirk Cornelis Ubbels (1916-2006) die geruime tijd pachter op de boerderij was. Momenteel hebben de huidige eigenaars de boerderij De Vette Os genoemd.