Jisperweg 109
Kerkzigt

kavel
BK25
verpondingsnummer
311
bouwjaar
1862
wijk
C178
OAT nummer
F506
eerste boerderij
voor 1628
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen
Foto Boerderijenbeeldbank
De boerderij in 1959 (foto Rijksdient voor het Cultureel Erfgoed)
De Binnenkavel 25 aan de Jisperweg werd bij de verloting van de gronden in juli 1612 toebedeeld aan drie eigenaren die allen uit Delft kwamen. Ewout van Bleijswijk verkreeg tien morgen, Anthonij Hendrickx van der Giessen en Jan Fransz van der Lee kregen ieder vijf morgen. Ewout Evertsz van Bleijswijk (1572-1657) was veertigraad en burgemeester van Delft en bewindhebber van de Delftse kamer van de VOC vanaf 1625. Ook Anthonij van der Giessen († 1654) werd in 1625 bewindhebber van de VOC. Hij was ook veertigraad en werd enkele malen tot schepen verkozen. Hij woonde aan de Korenmarkt. Jan Fransz van der Lee († 1615) was een zwager van Van der Giessen en eveneens veertigraad en schepen van Delft.
In de eerste jaren na de droogmaking werd er druk gehandeld in land. Zo verwisselden ook de delen van BK25 diverse malen van eigenaar. Uiteindelijk waren Ewout van Bleijswijk voor 5/8 en zijn zwager
Pieter van der Meer, luitenant in het Staatse leger, voor 3/8 gezamenlijk eigenaar. Zij verkochten de kavel in 1628 voor ƒ 14.000 aan Dirck Hem de jonge. Er stond toen al een huis op de kavel.
De boerderij in 1644
Dirck Hem was zijdelakenkoper in Amsterdam, net als zijn vader Dirck Hem de oude die een van de investeerders in de droogmaking van de Beemster was. Maar de zaken van junior verliepen waarschijnlijk minder succesvol, want hij kocht niet alleen de boerderij en kavel land op een lening maar hij nam in 1630 en 1632 ook twee hypotheken van ƒ 10.000 en ƒ 4000 op de BK25. Zijn kinderen verkochten de boerderij in 1637 voor ƒ 1014 per morgen aan Dirck Alewijn.
De familie Alewijn was in de zeventiende en achttiende eeuw een vooraanstaande familie van kooplieden en bestuurders te Amsterdam die daarnaast een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van de Beemster. Van 1630 tot 1817 hebben leden van de familie Alewijn functies bekleed in het polderbestuur van de Beemster. De familie gaat terug op een Middeleeuwse voorvader Gerard Alewijn, schildknaap, die in 1322 enige goederen in leen ontving van graaf Willem III.
Dirck Alewijn (1571-1637) was lakenkoopman in Amsterdam, samen met zijn zwager Balthasar Jacot.  Hij woonde eerst in de Warmoesstraat in 'Het gulden Hooft' dat hij in 1604 voor ƒ 13.000 had gekocht en verhuisde later naar de Herengracht in het huis 'De Sonnewijser'.  In 1631 werd hij met zijn tweede vrouw aangeslagen voor ƒ 325.000. Een groot deel van zijn vermogen belegde hij in grondbezit in de Beemster. Sedert 1623 kocht hij aanzienlijke hoeveelheden land in de nieuwe droogmakerij, waaronder een buitenplaats op de hoek van de Volgerweg en de Middenweg. In 1630 werd hij tot hoofdingeland verkozen. Na zijn dood werden zijn goederen getaxeerd, waarbij de boerderij en het land op de Binnenkavel 25 werden geschat op ƒ 1150 per morgen. Deze kavel werd bij de scheiding van de nalatenschap van Dirck Alewijn toebedeeld aan zijn kleinzoons Diederik en Adriaan Pauw, kinderen van dr. Reijnier Pauw, raadsheer in de Hoge Raad, en Clara Alewijn. Bij een nadere verdeling tussen de broers in 1651 kreeg Adriaan de BK25.
Mr. Adriaan Pauw (1622-1697), ridder, heer van Bennebroek en Schalkwijk, was raadsheer en vanaf 1670 president van het Hof van Holland. Hij liet in Den Haag een groot huis bouwen op de Heerengracht en bezat de hofstede Duinwijck, ook wel Huis te Bennebroek genoemd. Uit zijn huwelijk met zijn achternicht Cornelia Pauw werd slechts één dochter volwassen.
Adriaan Pauw met zijn vrouw en twee dochters
Anna Christina Pauw (1649-1719), vrouwe van Bennebroek en douairière van Warmenhuizen, erfde de landerijen in de Beemster, waaronder de boerderij met land aan de Jisperweg die bij een inventarisatie in 1697 was getaxeerd op ƒ 23.500. Ze was in 1671 getrouwd met Nicolaas Sohier de Vermandois (1645-1690), heer van Warmenhuizen etc. Hij was hoofdingeland van de Beemster 1672-1690. Haar executeurs-testamentair lieten de boerderij met land in een openbare veiling verkopen, waarbij het geheel slechts ƒ 9798,15 opdracht. Koper was Dirk Alewijn.
Mr. Dirk Alewijn (1682-1742) was in 1720 schepen van Amsterdam. In datzelfde jaar werd hij benoemd tot dijkgraaf van de Beemster. Hij was ook eigenaar van de grote buitenplaats Vredenburgh aan de Zuiderweg. In 1735 trad hij toe tot de vroedschap van Amsterdam. Hij kocht in 1739 voor ƒ 43.000 een huis aan de westzijde van de Herengracht bij de Leliegracht. Zijn weduwe, Bregje Loten, werd in 1742 voor de Personele Quotisatie aangeslagen voor een jaarinkomen van circa 10.000 gulden. Zij had zeven dienstboden, een buitenplaats, een koets met twee paarden en het huis werd geschat op een huurwaarde van ƒ 1900. In 1738 werd een specificatie opgesteld van al zijn goederen en effecten. De boerderij aan de Jisperweg werd daarbij geschat op ƒ 8232.
Bregje Loten (1692-1760) liet als boedelhoudster volgens het gezamenlijke testament met haar overleden man alle Beemster bezittingen, waaronder Vredenburgh en de BK25, op haar naam zetten. In 1749 schonk zij de boerderij aan de Jisperweg als huwelijksgift aan haar oudste dochter.
Agatha Alewijn (1721-1801) trouwde met mr. Theodorus de Smeth (1710-1772), vrijheer van Deurne en Liesselt. Hij was eerst koopman en firmant bij het door zijn vader gestichte handelshuis dat voornamelijk handelde in Italiaanse en Levantse zijde en Turks garen. In 1736 stichtte hij met zijn broer een handels-en bankiersfirma die onder andere tussen 1769 en 1782 zeven leningen van in totaal 17 miljoen gulden verstrekte aan tsarina Catharina II van Rusland. Zij beloonde hem door hem te verheffen tot Baron van het Russische Rijk. In 1742 was hij schepen van Amsterdam. Hij bezat een huis in de Nieuwe Doelenstraat en was eigenaar van de brouwerij “de drie Roskammen en het Hoefijzer”. In 1751 verkochten Theodorus en Agatha de boerderij aan Klaas Jansz Doets voor ƒ 7850.
Klaas Jansz Doets († 1795) was geboren aan de Hobrederweg. Hij trouwde in 1742 met Grietje Maartens uit de Purmer en hertrouwde met Grietje Gerrits IJser uit Middelie. Aan zijn enige zoon verkocht hij in 1758 drie morgen land in de BK25. Jan Claasz Doets (c. 1747-1783) boerde met zijn vader aan de Jisperweg. Uit zijn huwelijk met Lijsbeth Jacobs Verweij († 1782) werden vijf zoontjes geboren, van wie er vier jong stierven. Het enige overlevende kind erfde de boerderij.
De minuutplan uit 1813 (Noord-Hollands Archief)
Kort voor zijn dood liet Dirk Visser de boerderij herbouwen. Zijn weduwe erfde de boerderij met land. Ruim een maand na het overlijden van Aaltje Kroon werd de inboedel verkocht, waaronder “eene belangrijke hoeveelheid Antiek Porcelein en Delftsch Aardewerk” en een grote hoeveelheid goud- en zilverwerk. Enkele maanden later stond de publieke verkoping plaats van de “kapitale, hecht en zeer goed onderhouden Huismanswoning, met ruime Veestalling, Hooiberging, Erf, Tuin, Boomgaarden en eenige perceelen uitmuntend vruchtbaar Weiland”. Het geheel werd voor ƒ 39.660 gekocht door Sijmon Fok uit de Wijdewormer.
Sijmon Fok (1827-1895) was van doopsgezinde huize. Hij was geboren in Kwadijk en trouwde in 1850 met Trijntje Benjamin (1828-1866), een dochter van Pieter Benjamin en Aaltje Hartog uit de Beemster. Het paar vestigde zich aan de Zuiderweg in de Wijdewormer waar in 1860 een dochter Neeltje werd geboren. Twee jaar na de dood van zijn eerste vrouw hertrouwde Sijmon met Lijsbeth Bark (1836-1917) uit Broek in Waterland, weduwe van Jan Groot uit Middelie. Uit dit tweede huwelijk werd een zoon Cornelis geboren. Eind april 1886 verhuisde Sijmon met zijn vrouw en zoon, dochter Neeltje was inmiddels getrouwd, naar de Jisperweg in de Beemster. In december 1894 kocht Sijmon Fok voor ƒ 3550 een rentenierswoning in Middenbeemster waar hij met zijn vrouw ging wonen. Zijn zoon nam het boerenbedrijf over en erfde het na de dood van zijn vader een jaar later.
Dirk Jansz Doets (1771-1816) trouwde in 1796 met Welmoet Pieters Zuydland (1771-1837) uit Beets. Ze kregen twee zoons en twee dochters. Na Dirk’s dood verkocht de weduwe de boerderij voor ƒ 17.000 aan Dirk Cornelisz Visser en vertrok met haar kinderen naar De Rijp.
Dirk Cornelisz Visser (1790-1863) was geboren aan de Zuiddijk. Hij was in 1810 getrouwd met Aaltje Cornelis Kroon (1793-1885). Er werden negen kinderen geboren van wie er drie jong overleden. Bij de invoering van het Kadaster in 1832 was Dirk Visser de eigenaar van de boerderij die werd getaxeerd in klasse 6 met een geschatte huurwaarde van ƒ 45. Hij woonde er met zijn vrouw, twee zoons, vier dochters en een werkman.
Cornelis Fok (1873-1937) trouwde in april 1895 met Augustina Frederica Oostmeijer (1870-1941) uit Assendelft. Haar moeder was Antje Benjamin, de jongste zuster van bovengenoemde Trijntje. Het paar kreeg twee dochters. Volgens de Landbouwtelling van 1910 had Cornelis naast de 17 hectare eigen land nog 12 hectare in pacht. Hij bezat 1 paard, 8 melkkoeien, 32 stuks mestvee, 8 kalveren, 177 schapen en 31 lammeren, 2 varkens en 13 kippen. Met zijn vee won hij diverse malen prijzen op veetentoonstellingen.
Hij was hoofdingeland van het waterschap De Beemster en werd in 1923 tot dijkgraaf gekozen. Daarnaast bekleedde hij diverse andere bestuursfuncties, zoals voorzitter van de afdeling Beemster van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw. Eind 1934 verhuisde Cornelis met zijn vrouw naar Middenbeemster. Op de boerderij aan de Jisperweg werd een boelhuis gehouden, waarbij het vee en gereedschappen werden verkocht. In januari 1937 overleed Cornelis Fok, ondanks zijn aanhoudende slechte gezondheid, toch nog onverwacht aan een zware griep. In het In Memoriam in de krant wordt hij geroemd om zijn inzet met hart en ziel voor de Beemster belangen. Als dijkgraaf droeg hij “in zich de tradities van een goed boerenvolk”, waarvoor hij zeer geacht werd. Hij was nauw betrokken bij de voorbereidingen voor het 325-jarig bestaan van de Beemster. De krant betreurt het dan ook dat hij deze feesten niet meer zal kunnen meemaken. De boerderij aan de Jisperweg werd geërfd door zijn weduwe. Na haar dood kwam deze bij boedelscheiding in bezit van haar oudste dochter.
Lizebet Fok (1896-1971) trad in 1922 in het huwelijk met Arian Doets (1894-1974). Ze woonden eerst in Kwadijk, maar verhuisden in 1930 naar de Rijperweg in de Beemster. In 1934 namen ze het boerenbedrijf van haar vader aan de Jisperweg over. Ze verkochten de boerderij in 1958 aan Pieter Pietersz Vlug.
Pieter Vlug (1907-1988) was een zoon van Pieter Vlug en Elisabeth Oostmeijer, een oudere zuster van Augustina. Hij trouwde in 1934 met Gerritje Doets (1912-2001) uit Oosthuizen. Aanvankelijk woonden ze elders aan de Jisperweg. Pieter kreeg in 1961 een bouwvergunning voor een wagenschuur en zeven jaar later voor een landbouwloods. In 1981 namen zoon Maarten Vlug en zijn vrouw Lenie Oosterom de boerderij over. In november 1985 werd een bouwvergunning verleend voor een verbouwing van de boerderij. Momenteel is de boerderij eigendom van de familie Jansen die deze kochten van Maarten Vlug en zijn vrouw die naar Zuid-Afrika vertrokken.
Op 2 mei 1968 werd boerderij Kerkzigt op de Rijksmonumentenlijst geplaatst. Hoewel de naam in de geschreven bronnen niet voorkomt, is deze wel al op de eerste topografische kaart uit 1850 terug te vinden.