Jisperweg 19
Hovenberg

Bron: Google Maps
Collectie HGB
In juli 1612 werden bij de verloting van de Beemster gronden de Arenbergerrestantkavels 2 en 4 toegewezen aan de gebroeders Van Oss. De tussenliggende kavel nummer 3 werd onder verschillende eigenaren verdeeld, die allen binnen een jaar hun land verkochten aan Dirck en Hendrick van Oss. Opvallend is dat deze Arenbergerrestantkavels niet in de Arenberg polder lagen, maar op de hoek van de Jisperweg en de Oosthuizerweg in de Middenpolder.
De gebroeders Van Oss waren grootste investeerders in de droogmaking van de Beemster. Ze verkregen samen ongeveer eenzevende van de totale oppervlakte. In de eerste jaren na 1612 kochten ze nog veel land aan. De broers kwamen oorspronkelijk uit Antwerpen, maar waren na de herovering van deze stad door de Spanjaarden naar het noorden gevlucht. Ze vestigden zich als kooplieden in Amsterdam. In naam deden de broers alles samen, in de praktijk was Hendrick de ‘stille vennoot’ op de achtergrond terwijl Dirck de ondernemer was. Hij richtte zijn aandacht niet alleen op de aloude handelsgebieden (Oostzee, Frankrijk, Middellandse zee), maar vooral ook zocht hij nieuwe markten in de Levant, het Verre Oosten en Rusland. Dirck van Oss behoorde tot de eerste Hollanders die via Archangel met de Russen in contact kwam. Hij stak geld in één van de eerste vloten die naar Indië gingen in de jaren 1590. Toen op initiatief van Van Oldenbarneveldt de VOC werd opgericht in 1602 kochten Hendrick en Dirck van Oss voor ƒ 47.000 aan aandelen. Dat leverde hen in de jaren daarna behoorlijke winsten op waarvoor ze op zoek gingen naar investeringsmogelijkheden. Die vonden ze in de Beemster. Bij zijn dood in 1615 bezat Dirck een vermogen dat wordt geschat op bijna 3 miljoen gulden. Bij de verdeling van de nalatenschap van de kinderloos overleden Hendrick gingen de kavels aan de Jisperweg naar Philips van der Straten.
Philips van der Straten was ook geboren in Antwerpen. In 1622 trouwde hij met Margaretha van Oss, een dochter van Dirck. Zij kregen twee kinderen. Philips was koopman, maar de zaken liepen kennelijk niet zo goed want hij moest in de jaren 1620 regelmatig leningen afsluiten op zijn bezittingen in de Beemster. Ook verkocht hij verschillende van zijn landerijen. In mei 1627 deed hij de 15 morgen land aan deJisperweg van de hand. Koper was Gerrit Jacobsz Vries voor ƒ9253.
kavel
AR2-3-4
verpondingsnummer
287
bouwjaar
1889
wijk
C119
OAT nummer
I1
eerste boerderij
voor 1637
 
Het huis op de kopergravure van Balthasar Florisz van Berckenrode in 1644.
 
Gerrit Jacobsz Vries woonde in de Beemster en bezat nog meer landerijen. Maar ook hij zag zich genoodzaakt om leningen af te sluiten. In 1636 en 1637 nam hij vier hypotheken van in totaal 3500 gulden op de drie kavels aan de Jisperweg. Bij de laatste lening is er al sprake van een huis. Dat het toen een vrij klein huis was, is op de kaart van 1644 te zien. Na Gerrits dood verdeelden zijn drie zoons in 1656 de landerijen, waarbij Pieter de AR2-3-4 kreeg.
Ook Pieter Gerritsz Vries sloot diverse malen leningen af. In 1656 voor ƒ 5000, een 1658 twee hypotheken voor in totaal ƒ 1800, en zowel in 1660 als in 1661 leende hij ƒ 6500. Uiteindelijk besloot hij twee jaar later het huis met de 15 morgen land te verkopen aan Marij Jans, een weduwe uit Hoorn.
Marij Jans was in 1615 getrouwd met Claes Cornelisz Hoogtwoudt. Hun zoon Cornelis zou in 1656 vroedschap van Hoorn worden. Zijn jongste dochter uit zijn huwelijk met Grietje Coninck erfde de Beemster boerderij van haar grootmoeder.
Cornelis Hoogtwoud
Grietje Coninck
Dieuwertje Hoogtwoudt (1657-1707) bleef ongehuwd. Na haar dood verkochten aan haar executeurs-testamentair de boerderij aan de Jisperweg voor ƒ 3136 aan haar neef mr. Reijnier Hinlopen (1684-1723). Hij was een zoon van haar oudste zuster Margaretha en zou in 1717 toetreden tot de vroedschap van Hoorn. Op dezelfde datum verkocht hij zijn bezit door aan Teunis Windig en Pieter Pel uit De Rijp. Zij betaalden echter ƒ 3296, een snelle winst voor Reijnier. Teunis en Pieter waren kooplieden. In 1719 verkocht Pieter die inmiddels naar Zaandijk was verhuisd, zijn helft aan Teunis voor ƒ 2100. Dat was waarschijnlijk een vriendenprijsje want dezelfde dag verkocht Teunis Windig het geheel voor ƒ 6000 aan Hendrik Munnick uit Purmerend.
Hendrik Munnick (1677-1740) was een zeer vooraanstaand man. Hij zat sinds 1699 in de vroedschap van Purmerend en werd maar liefst 14 maal tot burgemeester gekozen. Ook bekleedde hij diverse functies op gewestelijk niveau. Hij trouwde in 1697 met Niesje Wormer wier broer Claas, ook burgemeester en raad van Purmerend, elders in de Beemster diverse bezittingen had. Waarschijnlijk was de boerderij inmiddels herbouwd en vergroot, want Hendrik gebruikte in de boerderij in de zomermaanden een zogenaamde heerschapskamer, waar hij in de verponding van 1733 voor werd aangeslagen. Omdat hun enige dochter Eefje in 1738 was overleden, bepaalden Hendrik en zijn vrouw bij testament wie hun erfgenamen zouden zijn. Bij de verdeling van de nalatenschap in 1756 kreeg daarom Hendriks achterneef Pieter Spoors de boerderij in de Beemster.
In 1788 liet zijn enige dochter
Lijsbeth Spoors (1743-1799) de ‘huismanswoning met 15 morgen land en nog vijf morgen ten zuiden daarvan’, de Grafelijkheidsrestantkavel 15, op haar naam overboeken. Zij was weduwe van Marten Huijsman, zilversmid en vijf maal schepen van Purmerend. Lijsbeth moest ook hypotheken afsluiten, in 1791 leende zij ƒ 3000 tegen 4% en in 1794 nogmaals ƒ 1000 tegen 5%. Drie jaar later verkocht zij de boerderij met gras- en zaadland voor ƒ 7700 in een openbare veiling aan Jan Brandjes uit de Starnmeer.
Jan Brandjes was getrouwd met Grietje IJtjes. Hij had nog meer boerderijen en land in de Beemster aangekocht, zodat de voogden over zijn minderjarige zoon Klaas in 1808 nogal wat onroerend goed lieten overboeken.
Bij de invoering van het Kadaster in 1832 werd het huis getaxeerd in klasse 6 met een huurwaarde van ƒ 45. Na de dood van Cornelis de Boer verkochten de erfgenamen de boerderij aan Evert Zirkzee. Evert Zirkzee was in 1831 geboren in Leiden en van beroep koopman. Hij woonde in 1854 al in de Beemster, want in de veetelling uit dat jaar staat hij vermeld als eigenaar van een merrie. Een jaar later trouwde hij met Antje van Langeveld (1832-1860). Zij was een dochter van de geneesheer Johannes van Langeveld en Maartje de Boer, de jongste dochter van Cornelis. Nadat zij op 28-jarige leeftijd in het kraambed was gestorven, hertrouwde Evert in april 1862 met een weduwe uit Wijdenes en vertrok diezelfde maand naar Koudekerke. In 1865 verkocht hij de boerderij aan de Jisperweg aan Antje Hoek.
De boerderij op de minuutplan uit 1813 van het Kadaster (Noord-Hollands Archief)
Antje Jacobs Hoek (1810-1888) woonde in Oterleek. Zij was getrouwd geweest met Pieter Arisz Hoek, veehouder aan de Molenweg in de Schermer. In 1869 verkocht zij in een openbare veiling te Schermerhorn de boerderij aan Pieter Abrahams Focker. Hij betaalde ruim 45.000 gulden.
Pieter Focker (1816-1872) trouwde in 1847 met Maartje Schellinger uit Schermerhorn. Ze kregen drie kinderen. Oudste dochter Maartje Focker (1851-1904) ging na haar huwelijk in 1876 met Simon Droog boeren op de boerderij aan de-Jisperweg die inmiddels in eigendom was van haar moeder. Maartje Schellinger woonde vanaf 1880 een tijdje bij hen in tot ze vertrok naar haar geboortedorp. Op dat moment verkocht ze de boerderij aan dochter Maartje en haar man.
Simon Droog (1836-1902) was geboren op een boerderij er schuin tegenover van zijn vader Jan. Simon en Maartje kregen geen kinderen. In mei 1889 werden ze getroffen door een tragedie. Midden in de nacht ontstond brand in de boerderij en om 6 uur ‘s ochtends was het huis volledig afgebrand. Aangezien het niet onweerde vermoedde de krant dat de brand was aangestoken.
Al in juni 1885 liet Simon de herbouw van zijn boerderij aanbesteden. Enkele maanden later stond er een advertentie in de krant waarin Simon Droog puin te koop aanbood. Op de gevel van de boerderij werd een steen aangebracht met het jaartal 1889. Mogelijk is toen ook de naam Hovenberg in gebruik genomen, want eerder komt de naam in de bronnen niet voor en ook op de kaart met boerderijnamen uit 1869 staat de naam niet vermeld. De eerste duidelijke vermelding is in een advertentie van april 1904, waarin aangekondigd werd dat de weduwe Droog een boelhuis zou houden waarbij zij al het vee en gereedschappen te koop aanbood. Na de dood van Maartje Focker werd de boerderij in 1905 voor ƒ 30.000 verkocht aan Jan Duin, landbouwer te Obdam.

Jan Duin (1867-1938) was getrouwd met Maria Laan uit Opmeer. Ze kwamen in mei 1905 met hun drie zoons en dochter in de Beemster wonen. De jongste zoon trouwde later met Maria Velzeboer en werd boer aan de Middenweg. Bij de Landbouwtelling van 1910 bezat Jan 2 paarden, 14 melkkoeien, 2 mestkoeien en 9 stuks jongvee, 12 schapen en 16 lammeren, 2 varkens en 27 biggen, 15 kippen en 16 kuikens. In 1934 verkocht Jan Duin zijn boerderij aan Klaas Eijssen voor ƒ 22.000. Jan en zijn vrouw gingen daarna inwonen bij hun jongste zoon aan de Middenweg.
Klaas Eijssen (1877-1967) had eerder boerderij De Valk van zijn moeder geërfd en kocht in 1943 verderop aan de Jisperweg nog een boerderij. Klaas en zijn vrouw Jannetje Focker (1882-1962), een kleindochter van eerdere eigenaar Pieter Focker, hadden vier kinderen. Na zijn dood werden de kinderen, Belitje (1906-1990), Abraham (1907-1988), Dirk Jan (1908-1998) en Antje (1915-1994), gezamenlijk eigenaar. Van hen was alleen Belitje Eijssen getrouwd, in 1928 met de uit Edam afkomstige veehouder Jan de Jonge (1905-1987). Zij gingen boeren op Hovenberg. Bij legaat kreeg Belitje na de dood van haar vader de boerderij in eigendom. In 1975 verkocht zij het huis met de bijgebouwen aan Cornelis Willem Kuipers, een directeur uit Castricum, en zijn vrouw. Hij verkreeg op 20 oktober 1975 een bouwvergunning om de boerderij tot woning te verbouwen.
In 1998 werd boerderij Hovenberg aan de Jisperweg op de rijksmonumentenlijst geplaatst. Als bijzonderheid wordt in de omschrijving genoemd dat de boerderij aan de voorzijde “twee dubbele paneeldeuren“ heeft, dergelijke tuindeuren komen buiten de Beemster zelden voor.
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen
Klaas Brandjes (1793-1869) was geboren in de Starnmeer maar bij zijn huwelijk met Maartje Stuit in 1813 woonde hij in Purmerend. Hij was koopman en later wethouder van Purmerend en woonde op de Koemarkt. In februari 1824 verkocht hij de vier kavels en boerderij aan de Jisperweg aan Cornelis de Boer.
Cornelis de Boer (1770-1855) was een zoon van Dirk de Boer die na 1795 dijkgraaf was. Cornelis was een van de leden van het Comité Revolutionair in 1795. Uit zijn huwelijk met Reijnoutje Smit (1769-1842) werden vijf kinderen geboren. Cornelis de Boer bezat ook een boerderij aan de Westdijk waar hij woonde.
Op de boerderij aan de Jisperweg woonde in 1830 zijn oudste dochter IJtje de Boer met haar man Jan Kreuger, hun zoon en zes dochters, een werkman en een dienstbode.
Bron: Aangekleed gaat uit, streekkleding en cultuur in Noord-Holland 1750-1900.
"Duidelijk te zien zijn de grote revers met de uitgesneden W van de frak en de strepen van het vest."
"...draagt een empire-japon van bedrukte katoen, en behalve het complete kappenstel ook een paar lange baggen."