Middenweg 103
Duisburg

Boerderijenbeeldbank
Duisburg in 1959, (foto Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
In 1612 werd bij de verloting van de grond van de net drooggevallen Beemster de Binnenkavel 72 aan de Middenweg toegewezen aan Abraham Abelijn en Valerius van Gistelen, kooplieden uit Amsterdam. Beiden kwamen oorspronkelijk uit Antwerpen. Een jaar later verkochten ze de kavel aan Pieter Theunen uit Haarlem. Hij verkocht het in 1622 aan Bartholomeus en Cornelis van Gennip. Hun ouders Gosewijn van Gennip en Anna van Lathem waren uit Eindhoven naar Haarlem gekomen. De familie woonde in de Schagchelstraat. Cornelis was ´innocent’, dat wil zeggen geestelijk gehandicapt, zijn broer was een van zijn voogden. Bartholomeus vestigde zich als koopman aan de Koningsgracht in Amsterdam, waar hij in 1617 op 31-jarige leeftijd trouwde met Agnette Pijnappels uit ‘s-Hertogenbosch. In 1628 verkocht hij zijn helft aan zijn vader, mogelijk in verband met liquiditeitsproblemen. Later kwam hij in nog grotere financiële moeilijkheden. Op 22 januari 1637, op het hoogtepunt van de tulpenmanie, kocht hij voor ruim 3200 gulden aan tulpenbollen. Twee weken later stortte de markt volledig in en bleef Bartholomeus met een grote schuld zitten. Er is bij het transport in 1628 al sprake van een huis op de kavel. Bij de scheiding van de nalatenschap van zijn ouders in 1632 erfde Bartholomeus van Gennip de boerderij met land aan de Middenweg. In 1634 verkocht hij het voor ƒ 20.050 aan François Wouters.
kavel
BK72
verpondingsnummer
242
bouwjaar
1629
wijk
C258
OAT nummer
H162
eerste boerderij
voor 1628
François Wouters (fragment, Frans Hals Museum Haarlem)
 
 
François Wouters (1600-1661) was koopman in Haarlem. Hij was regent van het St. Elisabethgasthuis en vervulde er de functie van penningmeester. De Haarlemse kunstenaar Frans Hals schilderde de heren regenten in 1641. Ook maakte François Wouters carrière in de schutterij van de St. Jorisdoelen, uiteindelijk was hij kolonel. Sinds 1652 was hij lid van de vroedschap van Haarlem en zat diverse malen in de schepenbank. In het jaar van zijn dood was hij burgemeester. François Wouters trouwde in 1627 met Maria Haen uit Emden en sloot in 1645 een tweede huwelijk met Susanna Bailly. Hij woonde toen op de Oudegracht. François’ grootvader was Jan Fransz van der Straten, een van de belangrijkste investeerders in de droogmaking van de Beemster. In 1644 schonk François de BK72 aan zijn zwager Samuel Godijn de jonge.
Samuel Godijn († 1678) was de oudste zoon van Samuel Godin die na de val van Antwerpen met zijn broers naar Amsterdam vluchtte. Hij was koopman in Amsterdam, bewindhebber van de Noordse Compagnie en medeoprichter van de West-Indische Compagnie in 1621. Twee dochters van hem sloten huwelijken met de familie Trip, van één van hen stamde prinses Diana af. Samuel junior vertrok naar Haarlem en trouwde in 1637 met Catharina Wouters. Hij verkocht de ‘huijsinge met plantagie en land’ in april 1657 aan Jan Duijfs uit Durgerdam voor 23.000 gulden. Slechts een jaar later stierf deze, waarna de voogden van zijn dochtertje Lijsbet de boerderij met land lieten taxeren op ƒ 16.000. Lijsbet Jans uit Durgerdam trouwde in 1679 in Jisp met Jacob Ploegh (1657-1710). Zijn vader was Cornelis Ploegh, burgemeester van Jisp, die boerderij De Lepelaar liet bouwen. Het paar kreeg onder andere een dochter, Neeltje, die de BK72 erfde van haar moeder.
Neeltje Ploegh (1683-1737) was in 1702 getrouwd met Claas Wormer (1673-1740) uit een vooraanstaande Purmerends regentengeslacht. Claas Wormer werd in 1708 raad in de vroedschap van Purmerend en werd negen maal tot burgemeester gekozen. Daarnaast bekleedde hij ook functies op gewestelijk niveau en was hij dijkgraaf van de Wijdewormer. De boerderij aan de Middenweg stond in het verpondingsregister op zijn naam. Na zijn dood erfde zijn oudste zoon de boerderij.
Mr. Jacob Wormer (1707-1764) volgde zijn vader op in de vroedschap van Purmerend en werd zes keer burgemeester. Hij trouwde pas op 48-jarige leeftijd met de uit het Groningse dorp Noordhorn afkomstige Aaltje Doornbos. Zij stierf bij de geboorte van het vierde kind. Deze zoon zou bij de verdeling van de nalatenschap van zijn ouders de BK72 erven.
Jacob Wormer (1760-1831) was net 18 jaar toen hij al in de Purmerendse vroedschap kwam. Bij de Bataafse revolutie van 1795 moest hij het veld ruimen, maar in 1803 zat hij weer in het gemeentebestuur, waar hij ook tijdens de inlijving bij Frankrijk én na de terugkeer van de Oranjes bleef zitten. In 1780 trouwde hij met de Monnickendamse regentendochter Geertruida Boon. Ze kregen tien kinderen. Begin 1810 verkocht Jacob Wormer de ‘huismanswoning met beplanting en grasland’ voor ƒ 11.250 aan Pieter Klaasz van der Meer, boer in de Beemster.
Pieter van der Meer (1782-1869) was in 1807 getrouwd met Aaltje Hendriks Kroon (1784-1845). Het paar kreeg negen kinderen. Pieter sloot direct een lening van 5000 gulden tegen 6% rente af op zijn nieuwe bezit. Waarschijnlijk kon hij de daaropvolgende jaren onvoldoende verdiensten halen, want al in februari 1817 verkocht hij de boerderij aan zijn neef Pieter Jansz de Groot voor 12.500 gulden. Daarna was hij arbeider van beroep. In 1830 was hij pachter op een boerderij elders aan de Middenweg.
Pieter de Groot (1775-1835) trouwde met Suwtje Wit. Twee van hun vier kinderen stierven jong. Bij de Volkstelling van 1830 woonde Pieter met vrouw, kinderen, zijn 85-jarige schoonvader Jacobus, een werkman en een dienstmeid aan de Middenweg. Bij de invoering van het Kadaster in 1832 had het huis met erf een oppervlakte van 650 m2 en werd ingedeeld in klasse 6 met een geschatte huurwaarde van 45 gulden. Pieter de Groot was toen nog steeds eigenaar. Na zijn dood kreeg de weduwe 7/8 en beide kinderen 1/8 van de nalatenschap, waarbij Suwtje levenslang het vruchtgebruik bezat. Zij stierf op 87-jarige leeftijd in januari 1867. Daarna kwam de boerderij aan de Middenweg in bezit van dochter Aafje.
Aafje de Groot (1809-1871) trouwde in 1831 met Remmet Laan (1808-1889). Van hun negen kinderen overleden er drie jong. Halverwege de jaren 1840 gingen ze op de Middenweg boeren, daarvoor woonden ze aan de Volgerweg. Remmet Laan was een bekende veefokker. Hij liet zijn succesvolle fokstier in 1874 zelfs schilderen.
In 1879 liet Remmet, die na de dood van zijn vrouw de boerderij had geërfd, in een deel van de boomgaard een schuur bouwen. Zijn erfgenamen besloten de boerderij te verkopen.
Stier van Remmet Laan door Klaas Weeshoff (Agrarisch Museum Westerhem)
In september 1925 meldt de krant een proef met moldrainage op boerderij Duisburg. Pachter is dan Dirk’s zwager Jan Wonder, geboren in Oude Niedorp en eerder veehouder in de Schermer. Hij overleed in juli 1926. Enkele maanden later verkocht Dirk Nobel de boerderij voor 60.000 gulden aan Cornelis ten Bruggecate.
Cornelis ten Bruggencate (1891-1969) was geboren in Broek op Langedijk. Bij zijn huwelijk in 1914 met Geertje Anna Bakker uit Oudkarspel was zijn beroep machinist. Later was hij koopman in Atjeh op Sumatra. In 1949 keerde hij terug naar zijn geboortedorp en begon er een reisbureau. Sinds mei 1927 was Cornelis Gootjes pachter op Duisburg. Kort daarvoor was hij getrouwd met Elisabeth Catharina Wonder, dochter van Jan Wonder. Uit de Landbouwtelling van 1930 blijkt hij 21 melkkoeien, 8 kalveren, 3 schapen en 10 lammeren, 42 varkens, 100 kippen en 250 kuikens te hebben. Cornelis ten Bruggencate was nog steeds eigenaar toen in 1961 een schuur werd bijgebouwd. In 1966 verkocht hij de boerderij met land aan Willem de Boer.
Willem de Boer
(1922-1996) verkreeg de daaropvolgende jaren bouwvergunningen voor een garage, een melkstal, een bedrijfswoning en een kapschuur. Hij was getrouwd met Jannie van der Linden (1923-1998). In 1972 werd de bedrijfsvoering ondergebracht in een maatschap met zoon Willem de Boer jr (1948-) en zijn vrouw Reina Dekker. Sinds 1984 staat de boerderij met bijna 16 ha weiland op zijn naam.
Op 2 mei 1968 kreeg boerderij Duisburg de status van rijksmonument. Op de gevelsteen in de zijmuur staat het jaartal 1629, hoewel uit de bronnen blijkt dat er al eerder een huis stond. Mogelijk is de boerderij in dat jaar herbouwd. De herkomst van de naam Duisburg is niet duidelijk. Op de gevelsteen staat een ommuurde stad afgebeeld met een schip ernaast. Het zou kunnen dat de bouwheer handelsbetrekkingen had met de Duitse stad.
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen
Later was hij achtereenvolgens bestuurslid, secretaris en voorzitter van deze vereniging. Ook was hij bestuurslid van de Vereeniging tot Bevordering van den Landbouw in Holland’s Noorderkwartier en van het Departement Beemster van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. Hij was plaatsvervangend voorzitter van het Beemster Crisiscomité. Van de afdeling Beemster van de Liberale Staatspartij de Vrijheidsbond was hij eerst secretaris en later voorzitter. In 1919 werd hij hoofdingeland van het Waterschap De Beemster en vijf jaar later van Uitwaterende Sluizen. Na in 1924 al op de voordracht voor de nieuwe dijkgraaf te hebben gestaan, werd hij in 1937 benoemd als nieuwe dijkgraaf. Een van de eerste besluiten die hij in deze hoedanigheid moest nemen, was een verhoging van de polderlasten. Hij liet daarover in de krant aantekenen: “Ik wil niet gaarne de sympathie der bevolking verspelen door een lastenverhooging, doch de wegen moeten op peil blijven.” Hij was in 1937 voorzitter van het Feestcomité voor de herdenking van het 325-jarig bestaan van de Beemster. In het najaar van 1939 werd dijkgraaf Nobel in een Amsterdams ziekenhuis opgenomen voor een maagoperatie. Hoewel hij daarna weer thuiskwam, herstelde hij niet en in november 1939 overleed Dirk Nobel op 61-jarige leeftijd. De krant loofde hem een gloedvolle bewoordingen: hij had “zich met hart en ziel aan de belangen van den polder die hem lief was geworden, (…) gewijd. Hij was bedachtzaam en had gezag; eenvoud sierde zijn karakter.” Hij had een gezond verstand en een heldere kijk op mensen en zaken. Hij waaide niet met alle winden mee. Sedert 1929 woonde hij met zijn vrouw aan de Rijperweg in Middenbeemster. Ook zijn echtgenote was actief in het Beemster verenigingsleven. Zo was Antje Nobel-Wonder bestuurslid van de Beemster Vrouwenclub.
Koper was, naar verluid voor ruim 69.000 gulden, Geertje Vader, een 24-jarige jongedame uit Oterleek. In 1894 trouwde ze met Lourens Rempt (1867-1927) uit Hoogwoud. Hij werd een jaar later benoemd tot gemeenesecretaris van Wormer. Van 1898 tot 1910 was hij daar burgemeester. Geertje Vader verkocht in 1921 de boerderij in de Beemster aan Dirk Nobel.
Dirk Jorisz Nobel (1878-1939) kwam eind april 1904 met zijn zwangere vrouw Antje Wonder (1877-1966) en hun 2-jarig dochtertje uit zijn geboorteplaats Berkhout naar een boerderij aan de noordkant van de Middenweg. Dirk Nobel bekleedde diverse bestuurlijke functies. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij een van de zes vertrouwensmannen van de regering betreffende de veevordering. Hij was toen lid van de afdeling Beemster van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw.