Middenweg 95
Maria Hoeve, voorheen Regt door Zee

Foto uit de Boerderijenbeeldbank. Aan het houtsnijwerk en de sierstenen is te zien dat de boerderij uit de tweede helft van de 19e eeuw stamt.
De boerderij in 1916 met de familie Oudejans ervoor (particulier bezit)
Op 30 juli 1612 vond op het Slot te Purmerend de verloting plaats van de kavels van de Beemster onder diegenen die zich hadden ingeschreven als participanten in de droogmaking en er naar rato van hun inschrijving aan hadden meebetaald. Bij deze loting werd de Binnenkavel BK74 aan de Middenweg, groot 20 morgen, toebedeeld aan Cornelis Jansz Allarts en de erfgenamen van Dirck Femmes. Laatstgenoemde investeerder kwam uit Landsmeer en was voor 1612 overleden. Beide eigenaren verwierven nóg een grote kavel, Dijkkavel 9 aan de Zuiddijk. In 1613 ruilden zij hun helften, zodat beiden een hele kavel verkregen. De BK74 kwam zo in bezit van Cornelis Jansz Allertsz uit Graft. In augustus 1614 ruilde hij opnieuw. Hij kreeg de Binnenkavel 34 aan de Jisperweg van Jan van der Straaten en die kreeg de BK74. Dit ruilen van kavels kwam de eerste jaren na de droogmaking vaak voor.
Jan Fransz van der Straten (1575-1630) was een koopman uit Antwerpen die zich eerst in Hamburg vestigde en daarna naar Amsterdam kwam. Hij handelde in Engels laken en later samen met Trip ook in koper, ijzer en wapens. In 1602 nam hij voor ƒ13.800 aan aandelen in de Verenigde Oostindische Compagnie. Hij investeerde in de droogmaking van de Beemster en verkreeg in 1612 243 morgen grond. Op zijn kavels aan de Rijperweg liet hij een grote buitenplaats bouwen, later bekend onder de naam Leeuwenplaats. Na zijn dood verkochten zijn weduwe Sara Munnicx en haar kinderen de nog onbebouwde kavel land aan de Middenweg voor ƒ17.000 aan dr. Hendrik Storm uit Amsterdam.
Hendrik Storm (†1637) was advocaat-fiscaal van de Admiraliteit van Amsterdam van 1594 tot 1625. De Admiraliteit was de voorloper van de huidige marine. Naast het uitrusten van schepen en het innen van in- en uitvoerrechten op handelsgoederen behoorde ook rechtspraak met betrekking tot alle zeezaken tot haar bevoegdheden. De advocaat-fiscaal trad dan op als openbaar aanklager. Hendrik Storm liet een boerderij bouwen op de BK74, want bij de verkoop in 1635 is sprake van een huis met land. Op de zeer betrouwbare kaart uit 1644 van Balthasar Florisz van Berckenrode is de bebouwing te zien. Waarschijnlijk gaf Hendrik Storm het huis de naam ‘Regt door Zee’, wat gezien zijn beroep een voordehandliggende keuze is. In de bronnen uit de 17e en 18e eeuw komt de naam echter niet voor.
De boerderij in 1644
In april 1635 werd voor ƒ18.050 Claes Boelisz uit Hoorn de nieuwe eigenaar. Hij was koopman en woonde op de Nieuwstraat. Een van zijn dochters, Petronella, trouwde in 1661 op 16-jarige leeftijd met Jan Teding van Berkhout (1635-1667) uit een vooraanstaand geslacht. Hij was schepen van Hoorn. Hun enige zoon erfde de BK74 van zijn grootvader.
Reijnier Teding van Berkhout (1663-1692) was ook schepen van Hoorn. Hij bleef ongehuwd. In 1691 werd Pieter Claasz Hoogcarspel de nieuwe eigenaar. Door het ontbreken van enkele registers is niet meer precies na te gaan wat er in deze periode is gebeurd met de boerderij. In 1733 in het verpondingsregister blijkt Adriaan Houttuyn eigenaar van het ‘boerehuijs en landerijen’ aan de Middenweg.
Adriaan Houttuyn (1700-1777) was koopman in Hoorn en doopsgezind predikant. Als zodanig mengde hij zich in de discussie binnen de doopsgezinde kerk over de wijze van dopen. Hij was een voorstander van doop door onderdompeling en publiceerde daar in 1752 een verhandeling over. In de Beemster bezat hij nog meer land en ook de bakkerij in Noordbeemster was zijn eigendom tot hij deze in 1747 verkocht aan Jacob van Baar. Houttuyn was bevriend met Betje Wolff en Aagje Deken. Aagje was opgegroeid in het doopsgezinde weeshuis in Amsterdam. Betje schreef na zijn dood als gevolg van een beroerte ter nagedachtenis: “Hij had geen denkbeeld van religiehaat, o neen! Zijn gunst was onbepaald en waarlijk algemeen.” Zijn huwelijk met Grietje Kramer was kinderloos gebleven, dus lieten zijn executeurs-testamentair in een openbare veiling op 5 augustus 1777 in de Beemster de boerderij met 20 morgen grasland verkopen. Voor ƒ 10.395 werd Tijmon Groot de nieuwe eigenaar.
Tijmon Groot (1717-1780) was landman in de Beemster. Hij was een zoon van Jacob Pietersz Groot en Geertje Jans Binnewijzen. Tijdens zijn eerste huwelijk met Antje Jans Duijts woonde hij aan de Middenweg. Uit dit huwelijk bleef alleen een dochter, Neeltje, in leven. Na “twee ontijdig geboren kindjes” in 1745 kwamen er geen kinderen meer. Tijmon hertrouwde met Antje Gerrits Cleen en ging aan de Westdijk wonen nabij De Rijp. Na zijn dood verkreeg zijn oudste dochter bij boedelscheiding de boerderij met weiland op de BK74.
Neeltje Groot (1744-1811) was getrouwd met Jacobus Bakker (1740-1825). Van hun twaalf kinderen stierven de meeste op jonge leeftijd. Dochter Antje (1772-1831) trouwde met Poulus Bouman en was de moeder van Jacobus Bouman, de bekende 19e-eeuwse geschiedschrijver van de Beemster. Waarschijnlijk woonden Jacobus Bakker en Neeltje Groot al sinds hun huwelijk op de boerderij aan de Middenweg. In november 1804 verkocht Jacobus Bakker de boerderij met grasland voor ƒ10.000 aan Teunis Cornelisz Snijder uit Neck.
Teunis Snijder (1758-1830) was geboren in Oostzaan. Zijn huwelijk met Aaltje Jans Kok bleef kinderloos. Bij de Volkstelling van 1830 was Simon Kuijn de pachtboer. Hij was in 1799 geboren in Grootebroek. Hij was getrouwd met Trijntje Kroonenburg, een 12 jaar oudere weduwe. Haar zevenjarige zoon uit haar eerste huwelijk met Jan Kleijzing, een werkman en een dienstboden woonden bij hen in. In 1832 bij de invoering van het Kadaster staat de boerderij met moestuin, boomgaard en weilanden nog wel op zijn naam, maar het was inmiddels door de erfgenamen van Teunis Snijder verkocht aan Klaas Velzeboer. Het huis werd getaxeerd in klasse 7 met een belastbare huurwaarde van 33 gulden. De bebouwing had een oppervlakte van 700 m2.
De eerste Velzeboer kwam omstreeks het midden van de 18e eeuw uit de Starnmeer naar de Beemster. Zijn oudste zoon Huijbert Velzeboer, die aan de Volgerweg boerde, was de eerste katholiek die na de Bataafse omwenteling van 1795 in het bestuur van de Beemster, de Municipaliteit, kwam. Alle huidige Velzeboeren stammen echter af van zijn jongere broer, Sijmon, die de boerderij aan de Jisperweg bezat die later de naam Latenstein kreeg. Klaas Velzeboer (1781-1855) was zijn oudste zoon. Hij was een welgesteld man. Hij kocht voor zijn vier zoons vier boerenplaatsen. Eerst een boerderij aan de Jisperweg. Die ging later naar zijn zoon Willem. In 1831 kocht hij uit de nalatenschap van zijn schoonvader Klaas Konijn een boerderij aan de Neckerweg die later vererfde aan oudste zoon Sijmon. Vlak voor zijn dood kocht Klaas Velzeboer een plaats aan de Purmerenderweg voor jongste zoon Jacob. De boerderij aan de Middenweg vererfde op zoon Jan.
Minuutplan van het Kadaster, rechtsboven met nummer 186 het huis (Noord-Hollands Archief)
Uitsnede uit kaart van J. Kuyper uit 1869 met boerderijnamen (Waterlands Archief)
kavel
BK47
verpondingsnummer
239
bouwjaar
1879
wijk
C256
OAT nummer
H186
eerste boerderij
1634
Cornelis Jacobus Conijn (1859-1915) boerde bij Edam aan het Groot Westerbuiten. Zijn moeder, Cornelia Oudejans, kwam uit een oude Beemster familie. Al in 1900 verkocht hij zijn Beemster boerderij met land aan Andries Mulder.
Andries Mulder (1853-1925) bezat veel landerijen in de Beemster. Zelf was hij veehouder aan de Volgerweg tot hij in 1905 verhuisde naar Bussum. Later woonde hij in Heemstede en in Bloemendaal. Hij trouwde in 1880 met Cornelia Sophia Oudejans, een volle nicht van bovengenoemde Cornelia. Ze kregen tien kinderen. Op de boerderij woonde in deze periode het gezin Oudejans, aangetrouwde familie van de eigenaar. In 1922 verkocht Andries Mulder de plaats aan Maria Velzeboer. Waarschijnlijk werd de transactie door haar vader Klaas, een kleinzoon van eerdergenoemde Klaas en boer aan de Neckerweg, afgehandeld. Er werd ruim 53.000 gulden voor betaald.
Jan Velzeboer (1824-1899) verving het oude huis in 1879 door een nieuwe boerderij. Samen met de schuren bedroeg de oppervlakte daarna 2500 m2 en de belastbare waarde steeg naar ƒ300. Jan was getrouwd met Trijntje Vriend. Het paar had geen kinderen. Bij hen in woonden twee nichtjes. Een van hen was Maria Johanna Wessels die in 1883 trouwde met Cornelis Jacobus Conijn uit Edam. Aan hem verkocht Jan Velzeboer in 1893 de boerderij aan de Middenweg.
 
Marie Velzeboer (1901-1938) was in 1924 getrouwd met Wilhelmus Nicolaas Duin (1897-1945). In 1926 werd de boerderij op zijn naam overgeschreven. Bijna was een jaar eerder het huis in vlammen opgegaan, want in de krant De Drie Meren van 18 juli 1925 staat: “Tijdens het kort, maar hevig onweer op Donderdag j.l. sloeg de bliksem in een hooiklamp, welke in het land stond achter de boerderij van den heer W. Duin, Middenweg alhier.” In die jaren was het huisnummer 102, zoals te zien is in een advertentie. De nummering van de huizen is in de loop der tijd diverse malen veranderd.
In 1930 werd door het ministerie van Landbouw een veetelling gehouden. Daarin staat W.N. Duin met het beroep veehouder. Hij bezat 1 paard, 1 stier, 16 melkkoeien, 8 mestkoeien, 10 jonge koeien, 12 schapen en 15 lammeren, 1 zeug met 3 biggen, 15 kippen en 16 kuikens.
Het echtpaar Duin-Velzeboer kreeg een dochter en vier zoons. De jongste was nog maar een jaar oud toen hun moeder overleed. Vlak voor het einde van de oorlog in april 1945 stierf ook hun vader. De kinderen erfden samen de boerderij. In 1950 werd een bouwvergunning verleend voor een verbouwing van de gevels van de boerderij en het herstellen van een schuur. Mogelijk is toen op de nieuwe gevel de naam Maria Hoeve geplaatst, naar hun jonggestorven moeder. In 1961 werd het een Commanditaire Vennootschap onder firma Erven WN Duin. De beherende vennoten waren
Nicolaas Johannes Duin (*31-3-1931) en Wilhelmus Anthonius Duin (*31-5-1937). Aan dit gezamenlijk eigendom kwam in 1967 een einde, toen werd de oudste broer, met zijn vrouw Catharina (Tiny) Beers, alleen eigenaar. De uitbreiding van het bedrijf valt af te lezen aan de bouwvergunningen. In 1969 werd de melkstal verbouwd, in 1972 kwam er een houten schuur bij, in 1978 een ligboxenstal, een jaar later een melklokaal en in de jaren ´80 nog een veldschuur en een mengmestsilo. Inmiddels is het boerenbedrijf in handen van hun zoon Pieter.
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen