Oostdijk 4
De Proeftuin

kavel
HK17
verpondingsnummer
404
bouwjaar
1879
wijk
D161
OAT nummer
C289
eerste boerderij
vóór 1644
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen
Foto Boerderijenbeeldbank
Hendrick en Dirck van Oss waren de grootste investeerders in de droogmaking van de Beemster. Ze verkregen samen ongeveer eenzevende van de totale oppervlakte. In de eerste jaren na 1612 kochten ze nog veel land aan. De broers kwamen oorspronkelijk uit Antwerpen, maar waren na de herovering van deze stad door de Spanjaarden naar het noorden gevlucht. Ze vestigden zich als kooplieden in Amsterdam.
De minuutplan uit 1813 (Noord-Hollands Archief)
In naam deden de broers alles samen, in de praktijk was Hendrick de ‘stille vennoot’ op de achtergrond terwijl Dirck de ondernemer was. Hij richtte zijn aandacht niet alleen op de aloude handelsgebieden (Oostzee, Frankrijk, Middellandse zee), maar vooral ook zocht hij nieuwe markten in de Levant, het Verre Oosten en Rusland. Dirck van Oss (1556-1615) behoorde tot de eerste Hollanders die via Archangel met de Russen in contact kwam. Hij stak geld in één van de eerste vloten die naar Indië gingen in de jaren 1590. Toen op initiatief van Van Oldenbarneveldt de VOC werd opgericht in 1602 kochten Hendrick en Dirck van Oss voor ƒ 47.000 aan aandelen. Dat leverde hen in de jaren daarna behoorlijke winsten op waarvoor ze op zoek gingen naar investeringsmogelijkheden. Die vonden ze in de Beemster. Bij zijn dood in 1615 bezat Dirck een vermogen dat wordt geschat op bijna 3 miljoen gulden. Na de dood van Hendrick kwam de kavel in 1623 in bezit van de jongste zoon van Dirck, David.
De Havermeerkavels waren gelegen in de noordoostelijke hoek van de Beemster. Daar bevond zich in de Middeleeuwen de Havermeer die door het oprukkende water van het Beemstermeer steeds verder afkalfde. Aan het einde van de 16e eeuw was nog slechts een eiland, De Halich, over. De Havermeer was eigendom geweest van de graven van Arenberg, zodat de daar gelegen kavels in de Arenbergerpolder terechtkwamen.
Bij de verloting van de grond van de Beemster op 30 juli 1612 kwam de Havermeerkavel 17 tussen de Oostdijk en de Purmerenderweg in bezit van de gebroeders Van Oss.
Dirck van Oss in 1583
(Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier)
Hendrick van Oss in 1610 (particuliere collectie)
David van Oss (1598-1640) woonde na zijn huwelijk met de Delftse Anna Wijntges definitief op zijn buitenplaats aan de Purmerenderweg. Beiden werden in de kerk van Middenbeemster begraven. David had niet het zakelijk instinct van zijn vader. Ondanks zijn aanzienlijke erfenis moest hij in de jaren 1620 diverse malen hypotheken nemen op zijn Beemster landerijen. Zo ook in 1624 toen hij een lening van ƒ 12.000 tegen 5 ½ procent afsloot op een drietal kavels, waaronder de HK17. Er stond toen nog geen bebouwing op deze kavel. Drie jaar later verkocht David van Oss de kavel in twee helften die elk 7000 gulden opbrachten. De noordelijke helft werd gekocht door Claes Pilgroms uit Beets. Dit stuk bleef onbebouwd. De zuidelijke helft kwam in bezit van Pieter Thijmensz uit de Beemster ‘bij Oosthuizen’. Mogelijk was hij de pachter en was er toen al een huis gebouwd. In ieder geval stond er in 1644 een huis aan de ringdijk zoals te zien is op de kaart van Balthasar Florisz van Berckenrode.
Het huis op de kopergravure van Balthasar Florisz van Berckenrode in 1644.
Pieter Thijmensz had zes kinderen die na zijn dood elk een deel in het ongedeelde huis met land erfden. Zij gingen het patroniem van hun vader gebruiken als achternaam. Oudste zoon Lambert Pietersz Tijms woonde waarschijnlijk op de boerderij want in het kohier van de 1000e penning uit 1654, waarin hij wordt aangeslagen voor een kapitaal van duizend gulden, is zijn adres de oostelijke ringdijk. Later verhuisde hij naar Oosthuizen. Tussen 1657 en 1670 verkochten de erfgenamen van Pieter Thijmensz hun parten. Enkelen aan de regenten van het Burgerweeshuis te Amsterdam. Het weeshuis bezat dit stuk weiland nog steeds bij de invoering van het Kadaster in 1832. Anderen verkochten hun deel aan Jacob Claesz Pasmooij uit de Beemster.
Jacob Claesz Pasmooij († 1700) was in 1662 getrouwd met Hillegond Jans Tijms, een kleindochter van Pieter. Al hun kinderen werden gedoopt in de kerk van Oosthuizen. Dat was niet ongebruikelijk, veel families in het noordoostelijk deel van de Beemster gingen daar naar de kerk. Als weduwe nam Hillegond in 1714 twee hypotheken van 150 en 250 gulden op het huis met bijna vijf morgen land. Na haar dood verkreeg Johannes Hellingman, weduwnaar van Neeltje Jacobs Pasmooij, bij de verdeling van de nalatenschap met zijn zwagers de boerderij aan de ringdijk bij Oosthuizen.
Johannes Hellingman († 1741) bewees in 1721, toen hij hertrouwde, voor de weeskamer van de Beemster aan zijn vier kinderen bij Neeltje de erfenis van hun moeder, groot ƒ 2500. Dat waren Albert van 13, Jacob van 11, Trijntje van 8 en de vijfjarige Hillegond. Van de rente zouden ze worden opgevoed. Als onderpand fungeerde zijn boerderij met land op de HK17. Na zijn dood erfde zijn oudste zoon Albert Hellingman de boerderij. Uit zijn eerste huwelijk met Geertje Muus had Albert slechts een jonggestorven zoontje, zijn tweede huwelijk met Grietje Ruijter bleef kinderloos. Op 11 januari 1788 verkochten executeurs-testamentair van Albert en Grietje in een openbare veiling in Oosthuizen de huismanswoning met grasland voor ƒ 4590 aan Antje Pieters Paauw, weduwe van Claas Ubbels uit Warder. Haar zoon Pieter ging er boeren en na haar overlijden erfde hij de boerderij.
Pieter Ubbels (1763-1819) was geboren in Warder. Hij trouwde met Geertje Wagter. Hun vijf kinderen, van wie er één jong overleed, werden allen in Oosthuizen gedoopt. Hij kocht nog diverse stukken land grenzend aan de dijk in de naastgelegen Havermeerkavels 15 en 16, zodat hij uiteindelijk bij zijn boerderij ruim 26 morgen land bezat. De weilanden waren gelegen aan weerszijden van de Kruisoorderweg, de huidige Kerkeweg. Bij de invoering van het Kadaster in 1832 stond de boerderij met bijbehorende weilanden nog steeds op naam van Pieter Ubbels, hoewel hij reeds geruime tijd was overleden. Het huis met erf had een oppervlakte van 460 m² en werd getaxeerd in klasse 6 met een geschatte huurwaarde van ƒ 45.
Na de dood van Pieter was zijn weduwe verhuisd naar Oosthuizen en had zoon Dirk het boerenbedrijf in de Beemster overgenomen. Hij staat dan ook in de Volkstelling van 1830 als bewoner vermeld, samen met zijn vrouw, vier kinderen, twee werkmannen en een dienstbode. Bij de boedelscheiding in 1840 erfde Dirk de boerderij.
Dirk Ubbels (1798-1874) trouwde in 1820 met Maartje Schellinger (1799-1876) uit Oosthuizen. Ze kregen veertien kinderen. Volgens de Landbouwtelling uit 1854 bezat Dirk drie paarden, twee ossen, twintig koeien en honderd schapen. In december 1864 vertrokken Dirk en Maartje naar Oosthuizen en werd zoon Jan de pachtboer. Hij bleef dat totdat de boerderij na de dood van Maartje werd verkocht. Jan Ubbels verhuisde met zijn vrouw en twee kleine kinderen naar de Zeevang. De nieuwe eigenaar was Willem Zee uit Venhuizen.
Willem Zee (1820-1888) was een zoon van Bruin Zee en Pietertje Davidzon. Zijn moeder stamde uit een oud Schots geslacht, een voorvader was als lid van de Schotse Brigade in de 17e eeuw naar de Republiek gekomen. Haar oom was de vermaarde Zeger Davidzon, een overtuigd Orangist die in 1799 ter dood werd veroordeeld omdat hij voedsel had geleverd aan de binnengevallen Engels-Russische troepen. Willem Zee boerde eerst in Hem voordat hij in mei 1877 naar de Beemster kwam. Hij was een bekend kaasmaker, een van de eersten die, overigens met weinig succes, de nieuwe methode van Wouter Sluis uitprobeerde. In 1879 liet hij zijn boerderij vergroten en verbouwen. Deze werd in 1888 geërfd door zijn weduwe Guurtje Bakker. Zij verhuisde in 1903 naar Oosthuizen, waarna zoon Jan het boerenbedrijf voortzette. Na de dood van zijn moeder kreeg hij bij legaat de boerderij in eigendom.
Jan Zee (1863-1946) was in 1894 getrouwd met Aaltje Uitentuis (1872-1929) uit Kwadijk. Ze kregen drie dochters en een zoon die een 1917 op 20-jarige leeftijd overleed. Ze woonden eerst aan de Neckerweg bij Beets voordat ze naar de Oostdijk trokken. Jan Zee kreeg in 1910 een bouwvergunning om een schuur te verbouwen tot varkensstalling. In datzelfde jaar bleek hij volgens de Landbouwtelling ruim 27 ha land in pacht te hebben, waarop hij 1 paard, 10 melkkoeien, 42 stuks mestvee, 1 kalf, 66 schapen en 23 lammeren, 11 varkens en 8 biggen, en 16 kippen hield. In 1922 verkocht hij zijn boerderij met land aan Jacob Kramer.
Jacob Kramer (1873-1940) was geboren in Warder. Na zijn huwelijk in 1896 met Grietje Tuijn (1873-1953) uit Middelie verhuisde hij daarheen. Er werden drie kinderen geboren. In mei 1922 vestigde het gezin zich aan de Oostdijk. Zes jaar later nam zoon Jan het boerenbedrijf over en verhuisden Jacob en Grietje naar Oosthuizen. Pas na de dood van zijn moeder kreeg Jan de boerderij in eigendom.
Jan Kramer trouwde in april 1928 met Catharina Stoel uit Beets. Volgens de Landbouwtelling van 1930 bezat hij 1 paard, 1 stier, 15 melkkoeien en 8 kalveren, 12 schapen en 15 lammeren, 2 fokzeugen en 8 biggen. Een jaar later liet hij een loods bijbouwen. In 1953 werd een schuur gesloopt. Jan Kramer verkocht de boerderij in 1955 aan Johannes Petrus Koomen (1898-1976) en zijn zoon Nicolaas Wilhelmus Anthonius, veehouders te Spierdijk. Zij deden het in 1964 over aan de “Stichting Fruitteeltproefbedrijf voor Noordhollands Noorderkwartier” gevestigd te Hoorn. Voorzitter van deze stichting was Jan Boot uit Schellinkhout, een vooraanstaand figuur in de fruitteelt en een van de grondleggers van de Groente- en Fruitveiling te Zwaagdijk. Secretaris was Albert Pieter Jongebreur, fruitkweker aan de Neckerweg in de Beemster. De stichting veranderde de boerderij in een fruitbedrijf en liet in 1979 het woonhuis verbouwen.
In 1984 verkocht de stichting het bedrijf aan
Wilhelmus Joannes van Rooijen en zijn zoon Hendrikus Joannes Maria van Rooijen. In 1990 werd de boerderij onder architectuur van Cornelis de Jong uit Middenbeemster geheel verbouwd. Momenteel heeft Henry van Rooijen naast zijn fruitbedrijf in de boerderij een winkel waar hij zijn op milieubewuste wijze gekweekte appels, peren, pruimen, bessen en groenten verkoopt. Het bedrijf is aangesloten bij de Beemster Lusthof.