Oosthuizerweg 76
Arenberg

kavel
AK53
verpondingsnummer
158
bouwjaar
onb. (voor 1832)
wijk
D76
OAT nummer
C129
eerste boerderij
voor 1624
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen
Foto Boerderijenbeeldbank
De boerderij in 1959 (Rijksdienst Cultureel Erfgoed)
In de 17e eeuw stond op de Arenbergerkavel 53 aan de Oosthuizerweg een kleine buitenplaats genaamd De Witte Voet naar de pachter Jan Cornelisz Wittevoet die omstreeks het midden van de eeuw de boerderij bewoonde. In 1693 verkochten de erfgenamen van Pieter Cornelisz Laeckeman uit Monnickendam, de laatste eigenaar van het “heerschopshuijs” dat waarschijnlijk kort daarna is verdwenen, deze kavel aan Marij Jans Doets († 1710) en haar broer Reijer Jansz Doets († 1696). Een van de zoons van Marij ging er boeren. In het begin van de 18e eeuw raakte de eigendom van de kavel verdeeld over de nakomelingen van Marij en Reijer. Pas rond het midden van de eeuw wist Dirk Doets, een kleinzoon van Reijer, zijn mede-eigenaren langzamerhand uit te kopen.
Dirk Doets (c.1714-1783) had van zijn vader Doed Reijersz Doets 5 morgen in de AK53 geërfd. Zijn eerste vrouw, zijn achternicht Maritje Jans Doets († 1743), kreeg in 1738 bij de verdeling van de nalatenschap van haar ouders de helft in de AK53. Dirk en Maritje kregen diverse jonggestorven kinderen tot Maritje in het kraambed overleed van een dochtertje dat twee weken later ook stierf. Slechts één dochter Trijntje werd volwassen. Dirk Doets hertrouwde met Neeltje Hellingman († 1759). De geschiedenis herhaalde zich want ook Neeltje overleed bij de geboorte van een kort daarna gestorven dochtertje. Naast zes jonggestorven kinderen werden uit dit huwelijk ook vijf kinderen volwassen. Dirk Doets trouwde ten derde male met Hillegond Jans Keijzer († 1800) en kreeg met haar nog eens negen kinderen, van wie er vijf als “kraamkindje” stierven. Bij de verdeling van de erfenis van Dirk kwam de boerderij met land aan de Oosthuizerweg wederom in stukken in bezit van de weduwe en de kinderen. Uiteindelijk kreeg Cornelis Dirksz Man in 1822 de gehele 20 morgen met boerderij in eigendom.
De minuutplan uit 1813 (Noord-Hollands Archief)
Na de dood van Cornelis Man werd zijn weduwe Niesje Pieters Oud eigenaresse van de boerderij. Omstreeks deze tijd was de naam van de boerderij Kent U Zelve, zo blijkt uit de topografische kaart van Kuyper uit 1868. Wanneer de boerderij de naam Arenberg heeft gekregen, is niet duidelijk. Zoon Klaas Man woonde bij Niesje in en leidde het boerenbedrijf. Volgens de Landbouwtelling van 1854 bezaten ze 3 merries, 38 koeien, 4 kalveren en 40 schapen. Pas na de dood van zijn moeder kreeg Klaas de boerderij in eigendom.
Klaas Man (1828-1888) trouwde in 1856 met Maartje Groot (1831-1862). Ze kregen drie kinderen, van wie een dochtertje jong overleed. Maartje stierf twee maanden na de geboorte van haar jongste kind. Pas 12 jaar na de dood van zijn vrouw hertrouwde Klaas Man met Clasina Bakker. Zij was geboren in Monnickendam. Bij haar huwelijk was haar beroep dienstbode. Een maand later beviel zij van een zoontje. Daarna werden er nog twee kinderen geboren. Kort na de dood van haar man liet Clasina al het vee, gereedschappen en inboedel verkopen en vertrok ze met haar kinderen naar Ilpendam. Later woonde ze in bij haar broer tot ver in 1917 naar Amsterdam verhuisde. Enkele dagen voor het boelhuis was de boerderij in een openbare veiling verkocht aan Lourens Lakeman  voor ƒ 40.080.
Lourens Lakeman (1838-1905) was geboren in de Purmer onder de jurisdictie van Edam. In 1863, na zijn huwelijk met Grietje Klerk (1837-1916), ging hij boeren aan de Wormerweg in de Beemster. Het paar kreeg vijf kinderen van wie er drie jong overleden. Voor zijn oudste dochter Eegje die in 1886 was getrouwd met Pieter Klaasz Visser uit Oosthuizen, kocht Lourens Lakeman de boerderij aan de Oosthuizerweg. Hij liet in 1891 de schuur vergroten en een jaar later volgde een verbouwing van de boerderij.
Nadat Eegje en haar man naar Monnickendam waren verhuisd, werd het bedrijf overgenomen door haar jongste zuster Neeltje Lakeman en haar man Jan Koster met wie zij in 1898 was getrouwd. Ze kregen drie kinderen.
Jan Koster staat in de Landbouwtelling van 1910 vermeld als pachter van 29 ha land, waarvan 21 ha werd gepacht van Neeltje’s moeder die na de dood van haar man de boerderij had geërfd. In mei liet 1910 verhuisde Grietje Klerk naar de Hoogstraat in Purmerend. Schoonzoon Jan Koster bezat een flinke veestapel: 2 paarden, 1 stier, 14 melkkoeien, 19 stuks mestvee, 11 kalveren, 132 schapen en 22 lammeren, 2 geiten, 20 varkens en 18 kippen. Hij won ook diverse malen prijzen met zijn vee.
Cornelis Man (1788-1849) was in december 1820 getrouwd met Sijtje Hendriks Klomp (1790-1821). Er werden acht kinderen geboren. In 1822 hertrouwde hij met Niesje Oud (1795-1877) uit Ilpendam en kreeg met haar nog dertien kinderen. Cornelis Man woonde volgens de Volkstelling van 1830 met zijn gezin, twee werkmannen en twee dienstbodes op de naastgelegen boerderij aan de Oosthuizerweg die nog in bezit van zijn vader was. De boerderij op de AK53 werd bewoond door Jan Dunnebier (1773-1859) en zijn 17-jarige jongste dochter Ariaantje. Hij was getrouwd geweest met Trijntje Zwikker (1772-1822) uit Den Ilp. Bij de invoering van het Kadaster in 1832 was Cornelis Man nog steeds eigenaar van de boerderij die werd getaxeerd in klasse 6 met een geschatte huurwaarde van ƒ 45.
Uitsnede uit kaart van J. Kuyper uit 1868 met boerderijnamen (Waterlands Archief)
Jan en Neeltje bleven op de boerderij wonen tot ze in mei 1918 naar Purmerend verhuisden. Ze vestigden zich aan de Herengracht en Jan werd kaashandelaar. In 1925 vertrokken ze naar Huizen. Ondertussen was na de dood van Grietje Klerk de boerderij met land voor 51.850 gulden verkocht aan Dirk Hogetoorn.
Dirk Hogetoorn (1875-1951) stamde uit een oude Beemster familie, hoewel hij zelf in de Purmer bij Monnickendam was geboren. Zijn voorvader was eind 17e eeuw uit Heinkenszand naar de Beemster gekomen. Dirk was in 1896 getrouwd met de lutherse Geertje Wijhenke (1873-1952) uit de Wijdewormer. Kort na zijn huwelijk vestigde Dirk zich op een boerderij aan de Oostdijk in de Beemster. Daar werden de twee zoons van het echtpaar geboren. Tussen 1903 en 1906 woonde het gezin in de Purmer, maar nadat Dirk in een openbare veiling de boerderij aan de Oostdijk had gekocht, verhuisden ze terug naar de Beemster. Toen de jongste zoon na zijn huwelijk deze boerderij overnam, gingen Dirk en Geertje in een rentenierswoning aan de Purmerenderweg in Zuidoostbeemster wonen. De boerderij aan de Oosthuizerweg had Dirk gekocht voor zijn oudste zoon Klaas. Pas in 1945 kocht deze de boerderij van zijn vader.
Klaas Hogetoorn (1896-1969) trouwde in april 1919 met Grietje Hellenberg (1894-1974), dochter van een manufacturier uit Oosthuizen. Ze kregen vier dochters. Bij de Landbouwtelling van 1930 bleek Klaas 1 paard, 19 melkkoeien, 10 kalveren, 14 schapen en 22 lammeren, 2 fokzeugen en 23 biggen, 35 kippen en 30 kuikens te bezitten.
Met zijn beesten viel hij diverse malen in de prijzen op veetentoonstellingen. Nadat hij eigenaar van de boerderij was geworden, kreeg hij in 1947 een bouwvergunning voor een verbouwing van de oostgevel. In 1952 liet hij de woonruimte in de boerderij verbouwen.
Klaas Hogetoorn trad in de voetsporen van vele leden van zijn familie en bekleedde diverse bestuursfuncties. Hij zat onder andere in de organisatie van de Veetentoonstellingen in de Beemster en was voorzitter van de Noord-Hollandsche Landbouw-Onderlinge. Sinds 1939 was hij lid van de gemeenteraad van Beemster, voor de oorlog voor de Vrijheidsbond, na 1945 voor de PvdA. Hij was wethouder in het eerste bestuurscollege dat na de oorlog werd gevormd. Klaas was ook bestuurslid van het waterschap De Beemster en was van 1956-1967 dijkgraaf. Bij de fusie van enkele kaasfabrieken waaronder De Tijd in de Beemster, tot de Combinatie werd hij voorzitter. In 1961, bij zijn aftreden als voorzitter van de Bond van Melkfabrieken in Noord-Holland, werd hem een koninklijke onderscheiding verleend. De laatste jaren van zijn leven woonden Klaas en Grietje aan de Rijperweg in Middenbeemster. Het boerenbedrijf was overgenomen door de jongste dochter en haar man. Na de dood van Klaas Hogetoorn werd de boerderij aanvankelijk gezamenlijk eigendom van zijn weduwe en vier dochters, maar bij een nadere scheiding van zijn nalatenschap werd jongste dochter Klazina eigenaresse.
Klazina Hogetoorn was een nakomertje, ze was 10 jaar jonger dan haar zusters van wie er nog één in de Beemster woonde. Samen met haar man Jan Bark breidde ze de boerderij uit met diverse schuren en loodsen. Inmiddels is het bedrijf overgenomen door schoonzoon Peter Konijn en dochter Lieneke Bark. Het bedrijf is al enkele decennia gespecialiseerd in het fokken van het Fries-Hollandse melkveeras met eigen stieren.