Purmerenderweg 9
Cruijsoord

kavel
HK17
verpondingsnummer
nvt
bouwjaar
1921
wijk
nvt
OAT nummer
C285 (weiland)
eerste boerderij
nvt
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen
Foto Boerderijenbeeldbank
Hendrick en Dirck van Oss waren de grootste investeerders in de droogmaking van de Beemster. Ze verkregen samen ongeveer eenzevende van de totale oppervlakte. In de eerste jaren na 1612 kochten ze nog veel land aan. De broers kwamen oorspronkelijk uit Antwerpen, maar waren na de herovering van deze stad door de Spanjaarden naar het noorden gevlucht. Ze vestigden zich als kooplieden in Amsterdam.
De Havermeerkavels waren gelegen in de noordoostelijke hoek van de Beemster. Daar bevond zich in de Middeleeuwen de Havermeer die door het oprukkende water van het Beemstermeer steeds verder afkalfde. Aan het einde van de 16e eeuw was nog slechts een eiland, De Halich, over. De Havermeer was eigendom geweest van de graven van Arenberg, zodat de daar gelegen kavels in de Arenbergerpolder terechtkwamen.
Bij de verloting van de grond van de Beemster op 30 juli 1612 kwam de Havermeerkavel 17 tussen de Oostdijk en de Purmerenderweg in bezit van de gebroeders Van Oss.
Dirck van Oss in 1583
(Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier)
Hendrick van Oss in 1610 (particuliere collectie)
In naam deden de broers alles samen, in de praktijk was Hendrick de ‘stille vennoot’ op de achtergrond terwijl Dirck de ondernemer was. Hij richtte zijn aandacht niet alleen op de aloude handelsgebieden (Oostzee, Frankrijk, Middellandse zee), maar vooral ook zocht hij nieuwe markten in de Levant, het Verre Oosten en Rusland. Dirck van Oss (1556-1615) behoorde tot de eerste Hollanders die via Archangel met de Russen in contact kwam. Hij stak geld in één van de eerste vloten die naar Indië gingen in de jaren 1590. Toen op initiatief van Van Oldenbarneveldt de VOC werd opgericht in 1602 kochten Hendrick en Dirck van Oss voor ƒ 47.000 aan aandelen. Dat leverde hen in de jaren daarna behoorlijke winsten op waarvoor ze op zoek gingen naar investeringsmogelijkheden. Die vonden ze in de Beemster. Bij zijn dood in 1615 bezat Dirck een vermogen dat wordt geschat op bijna 3 miljoen gulden. Na de dood van Hendrick kwam de kavel in 1623 in bezit van de jongste zoon van Dirck, David.
David van Oss
(1598-1640) woonde na zijn huwelijk met de Delftse Anna Wijntges definitief op zijn buitenplaats aan de Purmerenderweg. Beiden werden in de kerk van Middenbeemster begraven. David had niet het zakelijk instinct van zijn vader. Ondanks zijn aanzienlijke erfenis moest hij in de jaren 1620 diverse malen hypotheken nemen op zijn Beemster landerijen. Zo ook in 1624 toen hij een lening van ƒ 12.000 tegen 5 ½ procent afsloot op een drietal kavels, waaronder de HK17. Er stond toen nog geen bebouwing op deze kavel. Drie jaar later verkocht David van Oss de kavel in twee helften die elk 7000 gulden opbrachten. De zuidelijke helft kwam in bezit van Pieter Thijmensz uit de Beemster. De noordelijke helft werd gekocht door Claes Pilgroms uit Beets. Dit stuk bleef onbebouwd en werd al voor 1700 bij de boerderij aan de overzijde van de Purmerenderweg gevoegd.
Bij de invoering van het Kadaster in 1832 stond dit stuk weiland nog op naam van
Pieter de Wit (1756-1828). Vervolgens vererfde het in de familie De Wit tot het in 1914 in bezit kwam van Maria Margaretha de Wit (1877-1923), een achterkleindochter van Pieter. Zij was in 1921 de opdrachtgever voor de bouw van een “woning met een veestalling en hooiberging zijnde een boerderij”. Haar jongste broer ging er boeren en erfde bij legaat de boerderij van zijn ongetrouwd overleden zuster.
Theodorus Petrus de Wit (1890-1937) trouwde in april 1921 met Wilhelmina Maria Ruiter (1896-1983) uit Berkhout. Het huwelijk bleef kinderloos. Hij kreeg in 1924 een bouwvergunning voor een wagenschuur. Bij de Landbouwtelling van 1930 bezat hij 1 paard, 14 melkkoeien, 9 kalveren, 9 schapen en 11 lammeren, 5 geiten, 2 varkens, 45 kippen en 50 kuikens. Met één van deze geiten haalde hij in datzelfde jaar de krant vanwege de geboorte van vier jongen, “dat is zeker een zeldzaamheid”. Reeds vijf dagen na het overlijden van Dirk de Wit hield zijn weduwe een boelhuis waarbij al het vee, waaronder drie drachtige vaarzen, karren, boerengereedschap, 50.000 kg hooi en 1500 kg stro, huisraad en inboedel werd verkocht. Een maand later liet zij in café De Nieuwe Tuinbouw de van brongas voorziene huismanswoning met schuur, stal, erf en in totaal ruim 11 ha “uitmuntend weiland” veilen. Zij verhuisde daarna naar Spierdijk waar zij op hoge leeftijd overleed. Koper van de boerderij was Klaas Stapel uit Hem voor ruim 38.000 gulden. Hij trad op namens zijn schoonmoeder.
Geertje Gorter (1859-1947) uit Hoogkarspel was de nieuwe eigenaar. Zij was in 1879 te Nibbixwoud getrouwd met Jan Messchaert (1859-1933), veehouder te Hem. Pachter werd Willem Kool. Hij was geboren in Grootebroek en trouwde in 1919 met Aafje Koomen uit Midwoud. Hij kwam in mei 1938 met zijn vrouw en twee kinderen uit Nibbixwoud. Bij de scheiding van de nalatenschap van Geertje Gorter kreeg dochter Trijntje de boerderij aan de Purmerenderweg.
Trijntje Messchaert (1882-1960) woonde toen in Blokker. Zij was weduwe van Jacob Zijp. Hun dochter Geertje Zijp en haar man Meindert Koomen erfden de boerderij en verkochten deze in 1971 aan Simon Knip en zijn vrouw Afrida Catharina Doets. Inmiddels heeft hun zoon er een loonbedrijf.