Rijperweg 120
Jacatra

Foto uit de Boerderijenbeeldbank
De boerderij in 1965 (foto Wijndel Jongens DNS 2 (2004))
In 1612 bij de verloting van de grond komt de Arenbergerkavel 25 aan de Rijperweg, hoek Neckerweg in bezit van David Sohier. Hij was een Amsterdamse koopman die oorspronkelijk uit Vlaanderen kwam. In 1608 trouwde hij met Maria van Oss, oudste docher van Dirck van Oss, de grote man achter de droogmaking van de Beemster. Zij overleed enkele jaren later in het kraambed. Bij een taxatie van haar erfenis in 1624 blijkt de AK25 niet meer in het bezit van de familie. De kavel zal dus tussen 1612 en 1624 zijn verkocht. Helaas ontbreekt voor deze periode het transportegister. De nieuwe eigenaar was Jan Fransz van der Straten. Hij bezat ook de naastgelegen kavels AK21-22-23-24. Op AK21 bouwde hij een buitenplaats die in de 18e eeuw de naam Leeuwenplaats kreeg.
Jan van der Straten (1575-1630) was een koopman uit Antwerpen die zich eerst in Hamburg vestigde en daarna naar Amsterdam kwam. Hij handelde in Engels laken en later samen met Trip ook in koper, ijzer en wapens. In 1602 nam hij voor ƒ 13.800 aan aandelen in de VOC. Hij investeerde in de droogmaking van de Beemster en verkreeg in 1612 243 morgen grond. Waarschijnlijk was hij de bouwheer van de boerderij Jacatra op AK25. De naam zou verband kunnen houden met zijn VOC-activiteiten. Op de kaart uit 1644 van Balthasar Florisz van Berckenrode is de bebouwing te zien.
Gilles Sautijn (1635-1689) werd in 1672 door stadhouder Willem III tot lid van de vroedschap van Amsterdam aangesteld. Hij was lid van een onderhandelingsdelegatie naar Engeland in 1674. Hij woonde op de Keizersgracht. Hij trouwde met de Haarlemse regentendochter Elisabeth van Thilt. Na haar dood in 1713 vererfden beide kavels op hun zoons, Jan en Gillis. Waarschijnlijk was in de jaren 1690 Jan Lourensz de pachter op Jacatra. Hij woonde er met zijn vrouw Niesje Sijmons. In de begraafregisters staat namelijk bij zijn begrafenis in 1698 vermeld dat hij woonde op de hoek van de Rijperweg en de Neckerweg. De andere hoeken waren in die tijd niet bebouwd.
kavel
AK25
verpondingsnummer
127
bouwjaar
1973
wijk
(1800) 1-9
OAT nummer
H344
eerste boerderij
voor 1630
De boerderij in 1644
Jan Sautijn (Stadsarchief Amsterdam)
Na de dood van zijn weduwe Sara Munnicx werd in 1653 het huis met de kavels AK24-25 getaxeerd op ƒ 45.000. Jacatra kwam in bezit van jongste zoon David van der Straten. Hij overleed ongehuwd in december 1659. De AK25 werd enkele maanden later getaxeerd op ƒ 13.000. Zijn oudere broer Joan van der Straten (c.1605-1680), hoofdingeland van de Beemster, erfde de kavel. In 1676 verkocht hij de boerderij met 20 morgen land aan zijn neef Willem Sautijn.
Willem Sautijn (1639-1686) was bewindhebber van de VOC-Amsterdam. Zijn grootvader Gilles Sautijn kwam ook uit Vlaaderen. Na de val van Antwerpen in 1585 vestigde hij zich als lakenhandelaar in Amsterdam. De familie had handelsbetrekkingen in zuid Europa en het Midden-Oosten. Willem en zijn broer Gilles Sautijn behoorden tot de oprichters van een compagnie van negotie die in Suriname suikerplantages ging exploiteren. Ook bezaten de broers een buskruitfabriek aan de Wetering buiten Amsterdam. Willem Sautijn woonde aan de Herengracht. In 1684 werd voor een belastingheffing zijn vermogen geschat op ƒ 129.000. Hij trouwde met Theodora van Bambeeck, wier vader in de Beemster de buitenplaats Oostwijck liet bouwen. De Beemster boerderij met land kwam na zijn dood in bezit van broer Gilles, die van zijn andere broer ook de naastgelegen AK24 had geërfd.
Mr. Jan Sautijn (1680-1750) was burgemeester van Amsterdam in 1745 en 1748, maar werd toen door prins Willem IV afgezet. Hij woonde op de Herengracht tussen de Utrechtsestraat en de Amstel, waar hij zes dienstboden en een koets met twee paarden had. Hij was getrouwd met Constantia Catharina Munter. In 1730 kocht hij voor ƒ 22.600 de buitenplaats Ruysschensteyn aan de Amstel. In 1745 verkocht hij, samen met zijn schoonzus Agatha Huydecoper, weduwe van Gillis Sautijn (1686-1722), de boerderij aan de Rijperweg met bijna 40 morgen land voor ƒ 14.964,35 aan Pieter Pergerrits uit Purmerend.
Pieter Pergerrits (1707-1757) was koopman en hij bezat een brouwerij en een jeneverstokerij. Hij werd tweemaal schepen van Purmerend. Hij was getrouwd met de rijke Anna de Lange uit De Rijp. Pergerrits werd in 1742 aangeslagen als de rijkste man van Purmerend. Zijn rijkdom was echter gebaseerd op lucht. Pergerrits sjoemelde met rekeningen en gaf ongedekte schuldbrieven uit. Uiteindelijk viel het kaartenhuis in duigen en oplichter Pergerrits nam in 1746 de benen. Er werden curatoren aangesteld die de boedel moesten beredderen, zodat vrouw en kinderen niet straatarm achterbleven. Het schandaal gaf in die tijd zoveel ophef dat er nog in 1746 een prozawerkje over verscheen met de titel “De vlugtende Banqueroutier”. Overigens dook Pergerrits onder de naam Pieter van Bergen op in Denemarken waar hij in 1749 een heerlijkheid kocht en in 1752 in de adelstand werd verheven. De curatoren verkochten de AK24-25 met boerderij in januari 1747 voor ƒ 12.200 aan Anthonij van Westhoven.
Mr. Anthonij van Westhoven (1716-1779) woonde in Alkmaar, waar hij vanaf 1757 diverse malen tot schepen werd gekozen. In 1770 kwam hij er in de vroedschap. In november 1775 verkocht hij de boerderij Jacatra - dit is de eerste keer dat de naam in de bronnen wordt vermeld - met land voor ƒ 24.000 aan vader en zoon Dirk en Lourens Stam, (paarden)kooplieden te Purmerend. Na de dood van zijn ouders Dirk Stam en Neeltje Wortel liet Lourens in 1785 het hele perceel op zijn naam overboeken. In 1806 verkocht hij Jacatra voor ƒ 22.550 aan Klaas Kunst.
Klaas Kunst (1758-1836) was op dat moment president van het gemeentebestuur van de Beemster. Vanaf 1815 nam hij de taken na het vertrek van burgemeester Borghorst waar. In 1817 werd hij tot burgemeester benoemd. Hij trouwde in 1781 met Grietje Pieters Chaisman, weduwe van Cornelis Haan. Uit dit eerste huwelijk had zij een dochter, Trijntje Haan. Na de dood van haar moeder in 1817 kreeg zij van haar stiefvader Klaas Kunst als moederserf de AK25 met boerderij Jacatra.
Trijntje Haan (1779-1840) was in 1802 getrouwd met Pieter Klz Minnes uit de Purmer. Hij was boer aan de Volgerweg. Zij kregen vijf kinderen, van wie de oudste zoon Klaas op 10-jarige leeftijd stierf. Bij de invoering van het Kadaster in 1832 had het huis met erf een oppervlakte van 596 m2 en werd ingedeeld in klasse 6 met een geschatte huurwaarde van 45 gulden. De weduwe van Pieter Minnes was toen nog steeds eigenaar. Ze woonde er met haar jongste twee kinderen, een werkman en een dienstbode. Haar nalatenschap werd later in vieren verdeeld: dochters Grietje en Trijntje, Bregtje de Goede, weduwe van zoon Cornelis Minnes, en Remge Jacob Abbring, onderwijzer in Middenbeemster en weduwnaar van Neeltje Minnes, kregen elk een kwart. In 1856 kochten Grietje en haar man de anderen uit.
Grietje Minnes (1804-1877) trouwde in 1823 met Jacob Edel (1799-1869), zoon van Jan en Maartje Hartog. Ook Jacob Edel was veehouder. Hij was betrokken bij de commotie die in 1847 in de Beemster ontstond, nadat in Purmerend commiezen van de rijksbelastingen boetes hadden uitgedeeld aan enkele Beemster boeren. Hun boerenwagens, waarbij de zitbanken aan riemen hingen, vielen niet onder de belastingwet maar de boeren die hun waren in Purmerend naar de markt brachten, kregen toch een boete. In december 1847 werd Jacob Edel beboet toen hij met zijn met kaas beladen boerenwagen in Purmerend kwam. In 1851, na de eerste verkiezingen volgens de nieuwe Gemeentewet, werd hij wethouder wat hij tot zijn dood bleef. Jongste zoon Klaas kreeg in 1877 bij de verdeling van de nalatenschap Jacatra met 15 morgen land.
De boerderij op de Kadasterkaart uit 1813 (Noord-Hollands archief)
Klaas Edel (1835-1904) was veehouder aan de Middenweg. In 1856 was hij getrouwd met Neeltje Man (1833-1906), ze kregen vier kinderen. Hij bekleedde ook veel bestuurlijke functies. Sinds 1874 was hij gemeenteraadslid, drie jaar later werd hij wethouder. In 1896 volgde zijn benoeming tot burgemeester.
Zoon Jacob Edel (1860-1927), veehouder, gemeenteraadslid, wethouder en onder meer penningmeester van het waterschapsbestuur, erfde na de dood van zijn moeder Jacatra, maar verkocht het aan Jan Lust, veehouder uit Oostzaan.
Bij zijn overlijden schreef de krant lovende woorden: “Burgemeester Edel kende niet alleen de belangen zijner gemeente, maar werkte en streed er ook voor met ijver en oordeel. (...) Zijn helder verstand en rechtschapen karakter gaven hem veel geschiktheid voor die taak. Aan zijn eerlijkheid viel evenmin twijfelen als aan zijn bezadigdheid en afkeer van strijd, waar die vermeden konden worden. Waardig was steeds zijn houding ook tegenover bestrijders. Op zijn particulier leven viel niets aan te merken. Zoo kon het niet anders, of burgemeester Edel moest wel het volle vertrouwen van zoo goed als alle Beemsterlingen verwerven.“
Op 16 november 1909 werd in een openbare veiling in Purmerend de boerderij Jacatra verkocht met schuur, erf en boomgaard en ruim 12 ha weiland. Koper was Cornelis Eijssen uit Middenbeemster voor ƒ 42.215. Cornelis was toen al 76 jaar. Hij overleed in 1918. De boerderij vererfde op zijn dochter Lijsje Eijssen (1865-1933). Zij was in 1884 getrouwd met Cornelis Pauw. Zij gingen boeren op Jacatra. Bij de Landbouwtelling van 1910 was Cornelis Pauw al pachter. Hij bezat toen 2 paarden, 17 melkkoeien, 2 mestkoeien, 8 stuks jongvee, 60 schapen, 3 varkens en 18 biggen, en 10 kippen. Na Lijsjes dood kwam de boerderij in bezit van haar drie kinderen, elk voor eenderde. Later namen dochter Elisabeth en haar man Jan Cz Olij (1884-1953) het boerenbedrijf over. Na zijn dood vond een boedelscheiding plaats waarbij de weduwe Olij 7/10 kreeg, haar drie nog levende kinderen en de kinderen van overleden zoon Cornelis, de tienjarige tweeling Jan Cornelis en Dirk Gerard Olij samen de overige 3/10.
In 1958 verkochten de erven Jan Olij Jacatra aan het Doopsgezinde weeshuis De Oranjeappel in Amsterdam. Tijdens de jaren 60 woonde fotograaf Wijndel Jongens op Jacatra. In 1972 kocht Leendert Wz Schoon de boerderij met land. Hij verkreeg datzelfde jaar een bouwvergunning voor verbouw van de boerderij. De oude stolpboerderij met dubbel vierkant werd grotendeels gesloopt en vervangen door een modern landhuis.
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen