Schermerhornerweg 1
 

kavel
DK91
verpondingsnummer
nvt
bouwjaar
1892
wijk
C103a
OAT nummer
nvt
eerste boerderij
nvt
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen
Tot eind 19e eeuw was de Dijkkavel 91 met boerderij Groenland een geheel. Zie voor de geschiedenis tot 1890 aldaar. In 1890 maakten de erfgenamen een nadere verdeling van de nalatenschap van Margaretha Maria Snouck van Loosen (1807-1885), de laatste eigenaresse van de gehele kavel. Het oostelijk deel van de DK91, tussen de Jisperweg en de Vrouwensloot, met boerderij Groenland kwam in bezit van Theodora Snoeck en het westelijke, onbebouwde gedeelte kreeg Johanna Snoeck.
Johanna Snoeck (1837-1920) was de jongste dochter uit het eerste huwelijk van Matthijs Dirk Snoeck die boerderij Langewijk aan de Oostdijk beheerde. Haar moeder Grietje Waal overleed twee weken na haar geboorte. Ze trouwde in 1866 met Pieter van der Meer (1840-1896) uit de Starnmeer. Uit dit huwelijk werd in 1871 één dochter geboren. In 1892 lieten Johanna en Pieter een boerderij bouwen op hun weilanden aan de Schermerhornerweg. Dochter Grietje en haar man Pieter de Jager gingen er boeren. Volgens de Landbouwtelling in 1910 had Pieter de Jager 21 ha land in pacht van zijn schoonmoeder en bezat hij 3 paarden, 15 melkkoeien, 54 mestkoeien, 2 kalveren, 75 schapen en 13 lammeren, 4 geiten en 20 kippen. Pas na de dood van Johanna Snoeck op 83-jarige leeftijd kreeg Grietje de boerderij in eigendom.
Foto Beeldbank Boerderijenstichting Noord-Holland
De boerderij aan het begin van de 20e eeuw met de familie De Jager
Collectie Historisch Genootschap Beemster
Grietje van der Meer (1871-1961) was in 1892 getrouwd met Pieter de Jager (1864-1945). Zijn ouders Reindert de Jager en Antje Klink woonden aan de Westdijk. Pieter en Grietje kregen een jonggestorven zoontje en vier dochters.
In 1915 kocht Pieter de Jager de naastgelegen boerderij Groenland. In 1923 verkocht hij beide boerderijen en vertrok naar Schoorl. De westelijke boerderij werd gekocht door Baldewijn Spronk uit Leiden. Pachter werd Maarten Cornelis Visser (1899-1968). Deze trouwde in april 1923 met Antje de Jager (1896-1977), een dochter van Pieter. Ze bleven er tot 1931 wonen en vertrokken toen met hun twee kinderen naar de Schermer.
Daarna kwam Johannes Nicolaas Koning (1895-1965) als pachter op de boerderij met zijn vrouw Johanna Catharina van Gelderen (1894-1972). Hij kwam uit Monnickendam en zij uit de Wijdewormer. Ze trouwden in 1918 en kregen negen kinderen van wie er drie jong overleden. Een zoontje kreeg in 1933 een fietsongeval dat gelukkig goed afliep, zo meldt de krant.
Baldewijn Spronk (1876-1955) was geboren in Haarlemmerliede en Spaarnwoude. In 1907 trouwde hij met Anna Maria Vasen uit Haarlem. Bij zijn huwelijk was zijn beroep kleerbleker. Twee jaar later begon hij in Leiden een stoomwasserij. Voor zijn boerderij in de Beemster kreeg hij in 1924 een bouwvergunning voor een interne verbouwing van de veestal en in 1933 voor de herbouw van een schuur.
In 1964 werd voor een koopsom van ƒ 150.000 de Stichting Het Roomsch Katholiek Burger Oude Vrouwenhuis genaamd “Vredenburgh” gevestigd te Amsterdam de nieuwe eigenaar. Het huis Vredenburgh aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam was rond 1500 gebouwd als brouwerij. Later was er een herberg gevestigd. In de 18e eeuw probeerden katholieken er een schuilkerk van te maken, maar dat werd door het stadsbestuur verboden. Begin 19e eeuw nam de vrome, ongehuwde Theresia Spijker vier arme, bejaarde katholieke vrouwen in huis om voor te zorgen. In 1836 maakte zij er een officiële instelling van onder de naam Roomsch-Catholyk Burger Oudevrouwenhuis Vredenburgh. In haar testament bepaalde zij dat de instelling door regenten moest worden beheerd. Op het hoogtepunt, rond 1870, woonden er zo’n 40 vrouwen die uniform gekleed gingen in een paarse jurk, een grijze omslagdoek en een wit mutsje met een zwart hoedje. Het tehuis bleef bestaan tot 1976, toen de regenten elders in de stad een nieuw bejaardenhuis lieten bouwen. Daarna werd het een krakersbolwerk.
Bij de verdeling van zijn nalatenschap erfde zijn oudste dochter Joanna Antonia Maria Spronk de boerderij in de Beemster. Zij woonde met haar man Christoffel Johannes Kerkhof aan het Oosterpark in Amsterdam. In 1956 werd de woning verbouwd.
Huis Vredenburgh in Amsterdam, 1818 (Stadsarchief Amsterdam)
De Stichting Vredenburgh liet in 1969 een opslagloods en melkstal bijbouwen en verkocht de boerderij met ruim 11 ha weiland in 1976 aan Michael Jozef van der Hulst en zijn vrouw Cornelia Koning. Zij waren reeds geruime tijd pachters van de boerderij, want Cornelia was de jongste dochter van eerdergenoemde Johannes Nicolaas Koning. Er is een pachtcontract bewaard gebleven uit 1956 tussen mevrouw Kerkhof-Spronk en M.J. van der Hulst voor een jaarbedrag van ƒ 4721,92. Het pachtobject wordt daarin omschreven als de “Anna Hoeve” met ruim 21 ha land gelegen Schermerhornerweg 1 te Beemster. Als bijzonderheid wordt aangegeven dat de boerderij in goede staat van onderhoud verkeert: “gebouw staat goed in z’n vierkant”. De woning heeft een inhoud van 250 m³ en bevat een kamer en woonkeuken en drie slaapkamers. De doelmatigheid van de stal, geschikt voor 30 koeien, wordt omschreven als matig.
De huidige eigenaar
E. Blijlevens heeft plannen om er een zorgboerderij van te maken voor zes cliënten.