Verantwoording

De eigenaren van de kavels en de boerderijen zijn relatief gemakkelijk te achterhalen. Omdat zij altijd degenen waren die heffingen en belastingen moesten betalen, werden zij op enigerlei wijze geregistreerd. In de tijd van de Republiek zijn voor Holland de transportregisters, waarin elke wijziging van eigendom van onroerend goed moest worden vastgelegd, en de verpondingsregisters de belangrijkste bronnen. In de Franse tijd besloot de overheid een geheel nieuwe grondregistratie op te zetten, naar Frans voorbeeld en geldig voor het hele land. Het voorbereidende werk, vooral door landmeters en taxateurs verricht, nam vele jaren in beslag, zodat het Kadaster pas in 1832 werd ingevoerd. Tot heden is dat de belangrijkste bron voor eigenaren van onroerend goed.
De pachtboeren en hun gezinnen zijn veel moeilijker terug te vinden. Pachtcontracten bevinden zich incidenteel in het notarieel archief. Dat is echter zelden nader ontsloten, zodat het zoeken naar een speld in een hooiberg wordt. Administratie op adres is er pas vanaf het midden van de negentiende eeuw via het Bevolkingsregister. En dan nog is het lastig, omdat er nog geen huisnummers bestonden zoals nu. Er waren wijknummers in gebruik die nogal eens wijzigden en waarvan geen overzicht bestaat wat te herleiden is naar hedendaagse adressen. In de doop-, trouw- en begraafregisters van de Beemster staan uitsluitend de straatnamen bij de inschrijvingen vermeld. Het Registre Civique uit 1811 waarin alle volwassen mannen staan geregistreerd, geeft beroepen en geboortedata, maar geen adres. De registratie is wel systematisch verricht en door vergelijking met de dtb-registers en de administratie van de gewapende burgermacht uit 1799 waarin wijknummers worden vemeld, konden toch diverse bewoners worden gevonden. Door de Volkstelling van 1830 naast de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel van het kadaster uit 1832 te leggen kon van een groot deel van de bewoners een adres worden achterhaald.
Wanneer een boerderij is gebouwd, is voor de periode vanaf 1832 te achterhalen via de kadastrale legger waarin her- en verbouw wordt vermeld. Vóór 1832 is zelden een exact bouwjaar terug te vinden. Incidentaal staat aangegeven in transportregisters dat er een nieuw huis op de kavel staat, andere aanwijzingen zijn er niet.

Als eerste stap in het onderzoek is de Boerderijenbeeldbank van de Boerderijenstichting Noord-Holland geraadpleegd. Hierin zijn de resultaten opgenomen van het stolpeninventarisatieproject. Sinds de afronding van het project in 2007 zijn alweer diverse stolpen gesloopt of afgebrand. Deze zijn uit het bestand gehaald. Met behulp van recente en historische kaarten zijn de hedendaagse adressen herleid tot de oorspronkelijke kavelnummers.
De namen van degenen die bij de verloting van de kavels op 30 juli 1612 land verkregen, komen uit het Extract uyt het Octroy van de Beemster, met de Cavel-conditien, En de Kaerte van dien, als mede 't Register van de Participanten (Purmerend 1696).
De transportregisters in het Oud-rechterlijk archief van de Beemster heb ik integraal doorgenomen. Er zijn in de loop der tijd helaas enkele registers verloren gegaan en het oudste register (1612-1624) bevat alleen gegevens betreffende huizen en erven in met name Middenbeemster en Klaterbuurt. Voor de periodes tot 1624, 1637-1651, 1676-1709 en na 1811 zijn er geen transportregisters.
In het Polderarchief van de Beemster bevinden zich echter enkele bronnen die deze hiaten deels kunnen vullen. Over de periode 1612-1721 bevindt zich hierin een tweetal registers van eigenaren, respectievelijk van de Bovenpolder en de Middenpolder. Hoewel gegevens van de waarde van het onroerend goed ontbreken, kunnen hieruit wel de opeenvolgende eigenaren worden gehaald voor de periodes waarvoor er geen transportregisters zijn. Helaas zijn dergelijke registers er niet voor de Arenberger- en Havermeerkavels. De periode van 1811 (laatste transportregister) tot 1832 (invoering Kadaster) kan worden overbrugd met een tweetal kohieren van eigenaars, respectievelijk over 1805-1826 en 1822-1838.
De gegevens uit al deze bronnen én de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafel van het Kadaster zijn door mij in computerbestanden gezet. Basis is de oude kavelnummering zoals die in 1612 is vastgesteld. Ten behoeve van de nummering in de Kadasterarchieven heb ik een concordans gemaakt waarin de oude kavelnummers naar de nieuwe nummering worden ‘vertaald’. Hierna konden door middel van de kadastrale leggers de achtereenvolgende eigenaren tot c.1980 worden achterhaald. Door verschillende generaties Beemsterlingen is een aantekenboek bijgehouden van verkopingen vanaf eind 18e eeuw. Dankzij de welwillende medewerking van Paul Koeman, inmiddels overleden, heb ik dit boekje in kunnen zien. Ook deze gegevens zijn verwerkt.
Het origineel van het verpondingsregister uit 1733 van de Beemster berust in het archief van de Staten van Holland in het Nationaal Archief in Den Haag. Op internet te vinden: http://www.vpnd.nl/nh/nh_verponding_1733.html, zoeken bij Beemster (in 3 delen). Het is door mij getranscribeerd en de gegevens zijn vervolgens ook in een bestand gezet.
Van elke kavel zijn alle gevonden gegevens daarna op een rij gezet. Via (genealogisch) onderzoek in het archief van het Polderbestuur, doop-, trouw- en begraafregisters, burgerlijke stand en het bevolkingsregister, literatuur en internet is getracht de informatie over de eigenaren en bewoners uit te breiden. De meest recente periode is moeilijk te achterhalen doordat archiefmateriaal nog niet openbaar is. Bovendien is met het oog op de privacy van de huidige bewoners terughoudendheid betracht.
Dank aan Kees van der Wiel die zijn onderzoeksmateriaal wat hij verzameld heeft voor zijn bijdragen aan het jubileumboek 400 Jaar Beemster 1612-2012 aan mij ter beschikking stelde. Dank aan het Noord-Hollands Archief in Haarlem voor de hulp bij het raadplegen van de Digilegger. Dank aan het Historisch Genootschap Beemster voor het mogen gebruiken van de fotocollectie.


Bronnen:
Polderarchief Beemster: transportregisters 1612-1811, leggers van de Boven- en Middenpolder 1612-1721, leggers van de eigenaren 1809-1837
Noord-Hollands Archief: Kadastrale leggers 1832-1985, Registre Civique 1811
Gemeentearchief Beemster: Volkstelling 1830, Bouwvergunningen 1905-1990, Landbouwtelling 1910
Nationaal Archief: verponding 1733, Landbouwtelling 1930
Digitale krantenarchief Waterland 1854-1944
Doop-, trouw- en begraafboeken Beemster
Burgerlijke Stand Beemster
Bevolkingsregister Beemster
diverse websites


H. Bonke en K. Bossaers, Heren investeren. De bewindhebbers van de West-Friese kamers van de VOC (Haarlem 2002).
K.W.J.M. Bossaers, 'Van Kintsbeen aan ten Staatkunde opgewassen'. Bestuur en bestuurders van het Noorderkwartier in de achttiende eeuw (Hollandse Historische Reeks 25, Den Haag 1996).
Katja Bossaers, ‘Hendrik Scheringa, burgemeester van Beemster 1876-1896’, in: DNS 3 (2005), 2-5.
K.W.J.M. Bossaers, Inventaris Familiearchief Alewijn (Beemster 2007).
J. Bouman, Bedijking, opkomst en bloei van de Beemster (Purmerend 1857).
L. Brandts Buys, De landelijke bouwkunst in Hollands Noorderkwartier (Arnhem 1974).
J. Doets,  De geslachten Doets en Beets uit de Beemster, de familie Haan, het dorp De Beets, andere families Doets en Beets afkomstig uit De Zeevang en De Beets (Wassenaar 1992).
J.E. Elias, De vroedschap van Amsterdam 1578-1795 (2 dln., Amsterdam 1963).
V.S.E. Falger, C.A. Beemsterboer-Köhne, A.J. Kölker, Nieuwe Kroniek van de Beemster (Beemster 2012).
H. van Felius, H.J. Metselaars, Noordhollandse Statenleden 1840-1919 (’s Gravenhage 1994).
Oscar Gelderblom, Zuid-Nederlandse kooplieden en de opkomst van de Amsterdamse stapelmarkt (Hilversum 2000).
G. Köhne, Iemand uit Noord-Holland. Wouter Sluis 1827-1891 (Hoorn 1991).
L. Kooijmans, Onder regenten. De elite in een Hollandse stad, Hoorn 1700-1780 (Hollandse Historische Reeks 4, Den Haag 1985).
N.Th. van der Lee, Van ’n Heerenhuis als gemeentehuis. Een stukje Beemster geschiedenis (St. Pancras 1997).
Nieuwsbrieven Boerderijenstichting Noord-Holland ‘Vrienden van de stolp’, nrs. 41, 42, 45, 47 (etymologie) en 68 (dendrochronologisch onderzoek).
Kees van der Wiel, ‘Melkkoeien, fokstieren en vette ossen. Veehouders in de Beemster’, in: Katja Bossaers en Carly Misset, 400 Jaar Beemster, 1612-2012 (Wormerveer 2012), 49-81.
Kees van der Wiel, ‘Kaasmaken, een wetenschap. Van boederijvlijt tot zuivelindustrie’, in: idem, 83 -99.
Kees van der Wiel, ‘Piepers, blauwschokkers en augurken. Akkerbouwers en tuinders’, in: idem, 101-115.
Kees van der Wiel, ‘Huis en haard. Bewoning en bevolking’, in: idem, 133-151.
K. Zandvliet, De 250 rijksten van de Gouden Eeuw (Amsterdam 2006).
Een project van Katja Bossaers
Beemster                  Boerderijen